Hoe groot was de dreiging en waarom wees Defensie naar Rusland? Pano vindt geen bewijs van vijandige drones boven België

woensdag, 15 april 2026 (17:04) - VRT Nieuws

In dit artikel:

In de nacht van 2 op 3 oktober 2025 startten in België de eerste meldingen van vreemde vliegende objecten: lokale politieagenten zagen volgens berichtgeving ongeveer vijftien drones boven de militaire basis van Elsenborn. In de weken daarna stapelden waarnemingen zich op; op het hoogtepunt werd het vliegverkeer op Brussels Airport tijdelijk stilgelegd omdat er drones boven Zaventem werden gezien. Eind november doofde de zogenoemde dronecrisis echter even snel uit als ze was begonnen.

Een half jaar later is er nog altijd geen hard bewijs dat het om vijandige drones van een buitenlandse actor gaat. Het federaal parket bevestigt dat er 26 onderzoeken lopen naar een veertig tal incidenten, met als doel vast te stellen waar de objecten vandaan kwamen en wat er precies gebeurd is. Parketwoordvoerders willen nog geen conclusies trekken zolang dat onderzoek niet afgerond is.

Toch werd al heel vroeg in de berichtgeving impliciet richting Rusland gewezen. Zowel bronnen binnen de veiligheidsdiensten (off the record) als topfiguren in Defensie – waaronder minister van Defensie Michael Francken en stafchef Frederik Vansina – suggereerden dat Rusland dergelijke tactieken niet zou schuwen. Buiten België werd zo’n expliciete link veel minder gelegd: in Duitsland, Denemarken en Noorwegen leverden soortgelijke onderzoeken geen aanwijzingen op voor Russische betrokkenheid. De Europese dronemonitor dronewatch.nl telde eind vorig jaar slechts drie incidenten met een plausibele band naar Rusland, en die vonden dicht bij de Oekraïense grens plaats.

De politieke reactie in België was snel en ingrijpend. Binnen enkele dagen kondigde minister Francken een versneld actieplan tegen drones aan en stelde Michel Van Strythem aan als ‘dronegeneraal’. Op 7 november keurde de ministerraad bij hoogdringendheid een counterdroneplan goed en reserveerde ongeveer 50 miljoen euro voor detectieapparatuur en antidronemiddelen. Die aankopen verliepen zonder openbare aanbesteding, een keuze waarvoor de Inspectie van Financiën een negatief advies gaf maar dat door de regering werd genegeerd met het argument dat snelheid noodzakelijk was.

Die haast wekte kritiek: oppositie en parlementaire waarnemers vragen zich af waarom er geen competitie was en of de ingeschatte dreiging voldoende onderbouwd was om zulke uitzonderlijke maatregelen te rechtvaardigen. Zes maanden na de incidenten blijft de kernvraag — waar die drones vandaan kwamen en wie er eventueel opdracht toe gaf — onbeantwoord, terwijl grote investeringen al zijn gedaan.