Hoe eenzaam is de schrijver?

woensdag, 27 mei 2026 (11:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Als kind gebruikte de auteur fantasie als vlucht: een poster van popidool Andy Gibb werd een uitweg uit een liefdeloos gezin, met verzonnen gesprekken en reddingsverhalen die eenzaamheid tijdelijk opvulden. Die vroege voorbeelden illustreren de centrale vraag van het stuk: is het alleen-zijn van schrijvers automatisch hetzelfde als eenzame terugtrekking, of kan fantasie en schrijven juist een remedie zijn?

Psychoanalytische en psychiatrische invalshoeken worden aangevoerd om het fenomeen te duiden. Melanie Klein ziet eenzaamheid als een onbereikbare verlangstoestand van volstrekte wederkerigheid; Freud benadrukte dat verlangen zijn object doorgaans overtreft. Frieda Fromm-Reichmann maakte een scharnierpunt door onderscheid te maken tussen zelfgekozen afzondering — noodzakelijk en tijdelijk voor creatieve arbeid — en destructieve, desintegrerende eenzaamheid die tot psychopathologie kan leiden. Het begrip maladaptief dagdromen (Eli Somer, 2002) beschrijft een dwangmatig, verslavend dagdromen dat vooral bij getraumatiseerde jongeren functieverlies veroorzaakt.

Historische en literaire voorbeelden tonen hoe fantasiewerelden een reactie kunnen zijn op verlies en isolement. De Brontë‑gezellen (Charlotte, Emily, Anne en Branwell) creëerden samen Angria en Gondal — complete parallelle rijken die hen hielpen verlangens en behoeften te verbeelden toen hun echte wereld klein en pijnlijk was. Branwells ontsporing en Charlottes toenemende vlucht naar Angria laten zien hoe gevaarlijk het kan worden wanneer de voorkeur voor fantasie de realiteit verdringt; Charlotte nam tenslotte afscheid van haar wereld om niet de greep op het echte leven te verliezen.

Ook moderne schrijvers hebben dergelijke ervaringen. Lucas Rijneveld vertelde hoe een imaginair vriendje en het computerspel The Sims een veilige leeromgeving boden toen het gezin en de realiteit na een vroeg verlies niet meer functioneerden. Rijneveld noemt geschreven taal expliciet als manier om een deel van de ‘gekte’ kwijt te raken; door te schrijven krijgt de eigen binnenwereld zowel vorm als begrenzing. Die paradox — dat schrijven zowel isolatie vereist als verbinding zoekt — loopt als leidraad door het stuk.

Empirisch onderzoek ondersteunt zulke observaties: dagdromen activeert het default mode‑network en bevordert creatieve verbindingen; mensen die vaker dagdromen scoren hoger op creativiteit en intellect. Tegelijkertijd tonen studies dat eenzaamheid leidt tot hypersociale projecties (het zien van menselijke trekken in voorwerpen) en tot versterkte waakzaamheid en wantrouwen, wat sociale terugtrekking en verhevigde innerlijke fantasieën kan bevorderen.

De documentaire The Daydreamers brengt concrete, hedendaagse voorbeelden van maladaptief dagdromen: jonge vrouwen die uren per dag in fantasiewerelden leven, waar ze zich geliefd of betekenisvol voelen, maar in het echte leven juist afwezig en gedeprimeerd raken. Hun getuigenissen laten zien hoe fantasie enerzijds troost biedt en emoties verwerkt, maar anderzijds vervreemding kan veroorzaken wanneer de scheidslijn met de werkelijkheid vervaagt.

Het stuk wisselt deze algemene analyses af met intieme episodes van de auteur: de moeizame balans tussen schaamte en behoefte in de studententijd, en een recente ervaring in een schrijversresidentie op een heuvel bij zee. Aanvankelijk veroorzaakte de afzondering oude lege gevoelens, maar zodra het werk aan het manuscript begon, keerde rust terug: schrijven bleek een middel om verbinding te zoeken — met zichzelf, met lezers en met een grotere werkelijkheid.

De conclusie is dubbelzinnig maar genuanceerd: fantasie en schrijfwerk zijn vaak aangeboren overlevingsstrategieën voor wie vroeg verlies of isolatie meemaakte. Ze kunnen heilzaam zijn door emotionele chaos te ordenen en een plek in de werkelijkheid op te eisen. Tegelijk vormen excessief en dwangmatig dagdromen of sociaal desintegrerende eenzaamheid serieuze risico’s. Het cruciale onderscheid ligt in de functie en mate van de afzondering: als tijdelijk, gecontroleerd en vertaald in creatieve productie, is alleen‑zijn productief; als onverwerkt en isolerend, kan het destructief worden.

Kortom: schrijven en fantaseren zijn voor veel schrijvers ambivalente instrumenten — zowel toevlucht als gereedschap om de wereld te verstaan en zich daarin een plaats te verwerven.