Hoe een potje Fifa of Counter-Strike je scherper kan maken tijdens je werkdag
In dit artikel:
Onderzoekers van de Universiteit Twente gebruiken e-sports als rijke bron om menselijk gedrag en prestaties te bestuderen. Onder leiding van Guido Bruinsma werkt een team in een speciaal e-sportslab in Enschede met studenten en hightech apparatuur — van simulatiestoelen tot eye-tracking — om te meten hoe gamen cognitieve vaardigheden, probleemoplossend vermogen en reactietijd beïnvloedt. Praktische voorbeelden zijn analyses van voetbalspel FIFA (EA Sports FC), waarbij een zelfgebouwde tool onder meer zithouding en focus detecteert, en onderzoeken in Counter-Strike om leiderschap, communicatie en impulscontrole van spelers in kaart te brengen.
Bruinsma benadrukt dat competitief gamen onderzoekers unieke, zuivere data levert: keuzes en gedrag zijn herhaalbaar, de omgeving goed afgebakend en spelers streven voortdurend naar maximaal presteren. Daarmee biedt e-sports meer natuurlijke en direct toepasbare gegevens dan veel klassieke experimenten. Die inzichten hebben concrete toepassingen buiten de gamewereld: bedrijven kunnen met automatische detectie van verminderde focus of slechte ergonomie vroegtijdig ingrijpen, thuiswerkteams kunnen profiteren van technieken voor asynchrone maar efficiënte samenwerking, en highperformance-organisaties krijgen nieuwe tools voor training en prestatieverbetering.
De Universiteit Twente werkt niet alleen academisch; er is ook samenwerking met het Korps Mariniers om competenties zoals missieanalyse, communicatie, flexibiliteit en leiderschap via Counter-Strike-sessies te trainen en te evalueren. Tegelijkertijd zoekt Bruinsma ervoor te zorgen dat bevindingen via vakpublicaties en contacten doorkruisen naar praktijkvelden zoals ergonomie en management van topteams.
Internationaal groeit de professionalisering van e-sports razendsnel — met gamehuizen in Azië waar teams wonen, trainen en volledige staf hebben — en ook commerciële partijen stappen in (voorbeeld: DHL in Dota, BMW met League of Legends). Het Internationaal Olympisch Comité nam in 2024 een beslissing richting erkenning van gamen, maar de weg daarheen loopt moeilijk door inhoudelijke kritiek (bijvoorbeeld bij gewelddadige spellen).
De Universiteit Twente positioneert zich als voorloper in Nederland, waar het bredere veld nog terughoudend is. Bruinsma en zijn studenten blijven inzetten op meer kwantitatief en toegepast onderzoek met de belofte dat gamen niet alleen spelers beter maakt in hun spel, maar ook slimmer, sneller en veerkrachtiger kan maken op de werkvloer en in organisaties.