Hoe een poging om baby Maurice uit Westerbork te smokkelen mislukte, waarop hij in Auschwitz werd vermoord
In dit artikel:
Verzetsgroep De Groot uit Groningen, vernoemd naar de schuilnaam van leider Gerrit Boekhoven, voerde tijdens de Tweede Wereldoorlog een breed scala aan verzetsactiviteiten: van het vervalsen en verspreiden van persoonsbewijzen en bonkaarten tot het smokkelen van Joodse baby’s en het bevrijden van gevangenen uit Kamp Westerbork. Sipke de Wind onderzocht de groep acht jaar en bundelde zijn bevindingen in het boek Verzetsgroep De Groot in Groningen.
Oorsprong en ontwikkeling: De groep ontstond rond medewerkers van de Noord-Nederlandse Clichéfabriek aan de Noorderhaven. Aanvankelijk werkte men grotendeels pacifistisch en clandestien — vooral het regelen van onderduikadressen en valse papieren. Gerrit Boekhoven (schuilnaam Henk de Groot) en zijn partner Diny Aikema, die in verzetskringen als ‘mijnheer en mevrouw De Groot’ bekendstonden, waren centrale figuren. Met de tijd verschoof het verzet naar hardere middelen: Boekhoven bedreigde spoorwegmedewerkers tijdens de staking in 1944, richtte een knokploeg op die distributiekantoren overviel en waarbij roof en geweld voorkwamen. Toen die ploeg buiten de perken trad, zette Boekhoven ze uiteindelijk aan de kant.
Belangrijke personen en acties: De jonge studente Hetty Bordewijk raakte door persoonlijke betrokkenheid en contacten met onderduikgezinnen diepgeworteld in de groep; na de oorlog stierf zij waarschijnlijk door zelfdoding. Ze organiseerde onder meer een smokkellijn voor Joodse baby’s vanuit Amsterdam naar plekken als Dedemsvaart en Dorkwerd. Samen met de Friese smid Ate Bruinsma ontwikkelde ze methodes om mensen uit Westerbork te laten ontsnappen door valse vergunningen te regelen, met hulp van contacten zoals hoogleraar Jacobus Oranje.
Een opvallende reddingsoperatie betrof Clara Asscher‑Pinkhof, die terechtkwam op een Palestinacertificaat en daarop een Joods kind (Mindel) liet meevoeren naar Palestina. In 1944 reisden honderden met dergelijke certificaten, maar veel aanvragers waren al gedeporteerd; uiteindelijk bereikten 221 mensen in juli 1944 Palestina.
Ondergang en repressie: De nekslag voor Groep De Groot kwam na 4 januari 1944, toen een medewerker werd gepakt met gestolen dekens. De Sicherheitsdienst (SD) achterhaalde via die zaak Diny Aikema; zij gaf informatie aan de SD — naar verluidt deels om Boekhoven te sparen — wat leidde tot grote arrestatiegolven. Meer dan honderd mensen werden opgepakt, tientallen overleefden de oorlog niet. Gerrit Boekhoven en verzetsstrijdster Anda Kerkhoven werden op 19 maart (1945) geëxecuteerd in het Quintusbos bij Glimmen; Diny overleed later eveneens door een schotwond aan de nek. De rechtbankstukken uit 1948 bevatten verklaringen van SD’ers over de executies. Kunstena(a)r Bas Galis ontwierp grafmonumenten voor Boekhoven en Kerkhoven; het monument van Anda is verdwenen.
Context en nasleep: De verhalen in het boek tonen zowel heldhaftigheid als morele ambiguïteit binnen het verzet: idealen van hulp en redding gingen soms gepaard met geweld, interne conflicten en tragedie. De Wind plaatst persoonlijkheden als Hetty Bordewijk en families als die van hoogleraar Hugo Bordewijk en de Groningse Joodse familie Polak centraal om de menselijke prijs van verzet en vervolging zichtbaar te maken.
Boekgegevens: Verzetsgroep De Groot in Groningen, 192 pagina’s, prijs €19,90, verkrijgbaar via sdwboeken.nl.