Iranoorlog lijkt ver weg, maar is op de huizenmarkt heel dichtbij en voelbaar
In dit artikel:
De oorlog in Iran heeft via hogere energieprijzen en verwachtingen op de financiële markten geleid tot stijgende hypotheekrentes en een daling van de gemiddelde huizenprijs in Nederland. Sinds het conflict eind februari ontstond er wereldwijd minder aanbod van olie en gas; binnen twee dagen waren hogere brandstofprijzen aan de pomp en duurdere vliegtickets merkbaar. Die kostenstijgingen werken vervolgens door in steeds meer producten, wat de inflatie doet oplopen. Woningmarkteconoom Mike Langen (ABN AMRO) legt uit dat hogere inflatie doorgaans samenhangt met hogere rentes.
De keten werkt vooral via beleggers en banken: beleggers passen hun verwachtingen aan op basis van verwachte inflatie en vraag-aanbodverstoringen, waardoor rentes op de kapitaalmarkt stijgen. Banken lenen op die markten en geven die hogere financieringskosten door in de vorm van hogere hypotheekrentes, aldus hypotheekexpert Oscar Noorlag (Van Bruggen) en hoogleraar Peter Boelhouwer (TU Delft). Omdat het conflict nog kort duurt, is de impact voorlopig beperkt; als een oorlog maandenlang aanhoudt en inflatie fors doorstijgt, zouden rentes sterker oplopen en daalt de koopbereidheid.
De recente afkoeling van de huizenprijs (cijfers NVM over januari–maart) valt niet volledig op het conto van de Iranoorlog te schrijven, omdat die cijfers deels vóór het conflict lopen. Verder blijkt uit eerdere crises dat starters doorgaans harder doorzoeken naar woningen dan doorstromers, die eerder wachten bij hogere rentes. Een tekort aan olie en gas drukt ook op bouwkosten — bijvoorbeeld cement en baksteen — wat nieuwe woningproductie duurder maakt en de markt extra onder druk zet. In bredere zin hangt de invloed van buitenlandse oorlogen op de Nederlandse woningmarkt af van de economische gevolgen voor energie- en handelsstromen; een conflict in een grote handelsmacht zoals China zou vergelijkbare effecten via verstoring van goederenstromen en prijzen kunnen veroorzaken.