Hoe een ontdekking in 1983 het leven van Jaap Beuker (63) uit Assen veranderde. 'Ik dacht: Verhip! Dat rooie spul ken ik!'
In dit artikel:
Jaap Beuker (73), oud-conservator van het Drents Museum en internationaal erkend vuursteenspecialist, heeft met tientallen jaren veldwerk en materiaalonderzoek aangetoond dat vuursteen van het Duitse eiland Helgoland grootschalig door heel Europa werd verhandeld. Zijn nieuwste boek, Heligoland Flint in Prehistoric Europe (samen met Erik Drenth, Klaus Hirsch, Moritz Mennenga en Martin Segschneider), bundelt 42 jaar onderzoek en presenteert typologieën, verspreidingskaarten en herkomstanalyses van Helgoland-vuursteen.
Beukers belangstelling begon als kind toen hij een fossiel in een steentje vond; die vondst leidde tot een loopbaan in de archeologie (geboren 1952 in Erica, werkzaam bij het Drents Museum 1977–2017). Jarenlang maakte en bestudeerde hij zelf vuurstenen werktuigen om bewerkingsprocessen te doorgronden, totdat het gezondheidsrisico (stoflongen) hem deed stoppen met knappen. Hij publiceerde eerder het standaardwerk Vuurstenen werktuigen (2010) en gaf samen met collega’s het nieuwe, rijk geïllustreerde Helgoland-boek uit als overzicht voor onderzoekers.
Centrale bevindingen: Helgoland leverde twee belangrijke types vuursteen — een opvallend paarsrood materiaal (vaak gebruikt voor sierobjecten) en een plaatvormig grijs materiaal dat bij uitstek geschikt was voor zware werktuigen zoals sikkels en bijlen. Deze grondstoffen waren in de prehistorie van levensbelang; vuursteen fungeerde economisch en technologisch als een grondstof vergelijkbaar met moderne strategische materialen. Beuker en collega’s lieten zien dat de exploitatie en handel van Helgoland-vuursteen al in de Oude Steentijd begon en vooral in het Neolithicum explosief toenam, toen mensen geschikte schepen bouwden om het eiland te bereiken.
Zijn onderzoek leverde ook verrassingen op voor de regio Noord-Nederland: veel werktuigen uit Drenthe blijken van Helgoland-materiaal, iets wat aanvankelijk sceptisch werd ontvangen — een Stuurgast-conservator in Duitsland noemde de eerste opsturen van Drentse stukken een sensatie. Door microscopische analyse en vergelijkend materiaalonderzoek konden de onderzoekers Helgoland-vuursteen nauwkeurig herkennen; dat maakt Helgoland uniek omdat de herkomst van veel andere vuursteensoorten in Noord-Europa minder precies te bepalen is. Tegelijk toonde het onderzoek aan dat boeren in Noord-Nederland juist vaak vuursteen uit het gebied langs de Oostzeekust gebruikten, wat wijst op uitgebreide handelsnetwerken met meerdere brongebieden.
Beuker reisde sinds 1986 meerdere keren naar Helgoland om onbewerkt materiaal te verzamelen en kenmerken vast te leggen. Zijn persoonlijke collectie van circa 1.500 objecten — de grootste bekend — verhuist dit jaar naar het Niedersächsisches Institut für historische Küstenforschung in Wilhelmshaven, waar jongere onderzoekers (zoals co-auteur Moritz Mennenga) ermee verder kunnen werken. Beuker benadrukt dat bewaren en zorgvuldig documenteren van vondsten cruciaal is: er zijn voorbeelden van vroegere collecties die na een overlijden deels verdwenen zijn, waardoor kennis verloren ging.
Ondanks het boek is er nog veel te doen: veel vindplaatsen binnen het verspreidingsgebied (van Denemarken mogelijk tot Zuid-Zweden, via Duitsland tot bijna Zeeland) zijn nog niet volledig geïnventariseerd en talloze archieven en depotdozen moeten systematisch doorlopen worden. Beuker, die aangeeft dat hij minder scherp wordt en binnenkort een sabbatical neemt, hoopt dat zijn publicatie andere onderzoekers handvatten geeft om het werk voort te zetten.
Praktisch: het boek is uitgegeven door Sidestone Press en is zowel betaald verkrijgbaar als gratis online te lezen.