Hoe een democratisch rookgordijn de FNV verlamt
In dit artikel:
Binnen de FNV is recent gekozen voor een klassiek professioneel bestuursmodel, versterkt door ingrepen van de Raad van Toezicht en de Ondernemingskamer, met ingang van 1 januari 2026. Die keuze werd gerechtvaardigd als nodig voor bestuurbaarheid, maar de auteur betoogt dat deze fixatie op structuur een onderliggende democratische crisis verdoezelt: bestuurbaarheid mag niet losstaan van legitimiteit.
Het probleem lag volgens het stuk minder bij onduidelijke rollen dan bij actieve uitsluiting. Democratisch gekozen, onbetaalde kaderleden in het Algemeen Bestuur kregen in de praktijk geen toegang tot de plekken waar beleid wordt voorbereid. Pogingen om verbinding te maken met de werkorganisatie werden systematisch geblokkeerd, waardoor formele bevoegdheden op papier bleven bestaan maar in de uitvoering niet werden erkend. Meerdere bestuursleden ervoeren hetzelfde patroon, wat de kwestie structureel maakte in plaats van persoonlijk.
De Dagelijks Bestuur (DB) had volgens de schrijver moeten ingrijpen als scharnier tussen democratische vertegenwoordiging en uitvoerende macht. Doordat dat correctieve optreden uitbleef en het management onder het mom van “de werkorganisatie heel houden” weigerde verbeteringen door te voeren, verschoof de aandacht naar centralisatie. Een concreet herstelvoorstel van kaderleden—een werkplan met 19 aandachtspunten gericht op governance en samenwerking—werd door het management resoluut van de hand gewezen, ondanks steun van het bestuur en het Ledenparlement.
Als gevolg raakten democratische tegenmacht en invloed niet versterkt maar juist uitgehold: kaderleden verdwenen uit het Algemeen Bestuur en de besluitvorming werd verder geprofessionaliseerd en gecentraliseerd. Het essay benadrukt dat een vakbond geen gewone onderneming is; legitimiteit is niet louter procedureel maar relationeel en vereist dat leden zich daadwerkelijk kunnen verbinden met het beleid en de werkorganisatie.
De auteur pleit voor een hybride bestuursmodel waarin de professionele lijn niet de enige poortwachter is, maar waarin gereguleerde, niet-operationele verbindingen tussen Algemeen Bestuur en werkorganisatie bestaan. Duidelijke spelregels en taakafbakening zijn nodig, evenals een directie die democratische nabijheid niet ziet als gezagsverlies. Wie bestuurbaarheid koopt door representatie uit te schakelen, creëert volgens de auteur slechts een schijnrust: bestuurbaarheid zonder legitimiteit is een stilte voor de storm.