Hoe Dwingeloo meehelpt aan de maanmissie van NASA. 'We zitten er elke nacht, want dan is het ruimteschip te zien'
In dit artikel:
Voor het eerst in 54 jaar is er weer een bemand ruimtevaartuig onderweg naar de maan: Artemis II vertrok op 1 april vanaf Kennedy Space Center. In Dwingeloo helpt Stichting Camras met het volgen van de missie door iedere nacht de radiotelescoop te bemannen en radiosignalen van het schip op te vangen. Vrijwilligers meten verschuivingen in de frequentie van het uitgezonden signaal (het Doppler-effect) om achteraf de snelheid van het vaartuig te berekenen; die gegevens gebruikt NASA ter controle van haar eigen metingen.
Stichting Camras meldde zich al in 2022 aan bij NASA, toen het maanprogramma weer op gang kwam, en maakt nu deel uit van een internationale groep vrijwilligersstations die van ongeveer tien naar circa dertig organisaties groeide. NASA beschikt zelf over grote schotels op meerdere continenten voor 24/7-monitoring, maar wil extra partners voor onafhankelijke verificatie en samenwerking.
Operationeel zijn zo’n vijftien vrijwilligers betrokken; meestal zijn er twee mensen per nacht aanwezig om de zeventig jaar oude schotel af te stellen en systemen te bewaken. De waarnemingen lopen negen nachten, tot het schip naar verwachting op 10 april terugkeert. Bij de lancering bereikte Artemis II snelheden rond 40.000 km/uur (ongeveer 11 km/s); de snelheid verandert na de lancering en neemt weer toe bij nadering van de maan door zijn zwaartekracht. Het schip is vanaf Dwingeloo alleen zichtbaar wanneer zowel maan als vaartuig boven de horizon staan, dus vooral ‘s nachts.
De betrokkenen vinden het bijzonder en spannend om met een historische telescoop live-signalen van een bemande maanmissie te ontvangen. Ze benadrukken dat zij enkel signalen meten en niet betrokken zijn bij de besturing van het vaartuig; hun rol is het leveren van aanvullende verificatiegegevens voor NASA.