Hoe duiden we 9/11?

vrijdag, 25 september 2026 (07:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De auteur blikt terug op de aanslagen van 11 september 2001 en benadrukt dat die niet alleen politiek en militair, maar ook religieus werden geduid. Hij noemt Todd Beamer als voorbeeld van een christelijke geloofsdaad. Beamer behoorde tot de passagiers van United Airlines-vlucht 93, die door kapers was overgenomen en vermoedelijk op weg was naar het Capitool of het Witte Huis. Nadat de passagiers hoorden van de eerdere aanslagen, kwamen zij in opstand. Beamer bad, sprak met zijn vrouw en viel met andere passagiers de kapers aan. Het vliegtuig stortte neer in Pennsylvania, waardoor het beoogde doel vermoedelijk werd gemist. Beamer, 31 jaar oud, kwam om het leven. Zijn naam staat op het 9/11 Memorial in New York.

Volgens de auteur kreeg Amerika na de aanslagen verschillende religieuze interpretaties te horen. Evangelist Billy Graham sprak het land toe en bood troost vanuit het christelijk geloof. In het Congres klonk Psalm 46, waarin God als toevlucht en beschermer wordt bezongen. De auteur verbindt die psalm met Maarten Luthers lied „Een vaste burcht is onze God”, dat ontstond tegen de achtergrond van de dreiging van het Ottomaanse Rijk. Tegelijk zagen predikers als Jerry Falwell de aanslagen als een goddelijk oordeel over de Verenigde Staten, onder meer vanwege abortus. De auteur vindt deze verklaringen niet noodzakelijk tegenstrijdig: ook in een vermeend oordeel kan volgens hem een individuele geloofsdaad van redding betekenis hebben.

Daarna bespreekt hij de internationale voorgeschiedenis en gevolgen van 9/11. Hij stelt dat het Israëlisch-Palestijnse conflict, de tweede intifada en eerder geweld in Libanon mede bijdroegen aan de motieven van Osama bin Laden en Al Qaida. Volgens de auteur was aanvankelijk ook een aanslag tijdens een bezoek van de Israëlische premier Ariel Sharon aan Washington voorzien, maar werd die uitgesteld. Israël bleef op 11 september zelf buiten schot.

De Verenigde Staten waren volgens de auteur onvoldoende voorbereid, ondanks eerdere waarschuwingen en de aanslag op de Twin Towers in 1993. Hij noemt verschillende beleidsmatige missers: informatie over twee Al Qaida-agenten werd niet goed gedeeld tussen CIA en FBI; de regering-Bush legde zonder bewezen verband de verantwoordelijkheid mede bij Saddam Hussein; en de invasie van Irak in 2003 volgde zonder brede Europese steun en zonder dat massavernietigingswapens werden gevonden. Ook betreurt hij dat Washington het aanbod van Russische hulp na 9/11 niet aangreep, waardoor volgens hem de latere verslechtering van de betrekkingen en een nieuwe Koude Oorlog werden bevorderd.

De auteur besluit met een vergelijking tussen Washington, Jeruzalem en Wenen: steden die volgens hem bescherming genoten, maar in de geschiedenis ook konden vallen. Hij eindigt met de christelijke overtuiging dat Christus de „sterke Held” is die uiteindelijk tegenover het kwaad staat.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen sprak Davina Michelle over Songfestival-deelname: is ze er al uit?