Hoe doorbreek je de macht van Pogacar en Van der Poel in Milaan-Sanremo?
In dit artikel:
In de aanloop naar Milaan–Sanremo dit weekend staat alles in het teken van twee korte maar beslissende klimmetjes: de Cipressa en de Poggio. Na zo’n 270 kilometer vormt dat tweetal de finale van de bijna 300 km lange lenteklassieker en uit de afgelopen edities blijkt dat je daar voorin moet zitten om nog te kunnen meedoen. Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel hebben op die hellingen keer op keer bewezen de wedstrijd te kunnen splijten; zij beschikken over een extra versnelling die anderen nauwelijks kunnen volgen.
Teams en renners verwachten opnieuw een voorspelbare finale. Grischa Niermann (ploegleider Visma-Lease a Bike) zegt dat UAE Team Emirates op die plek vol zal gaan, en dat positionering en tactiek essentieel zijn. Ook Tudor-renner Rick Pluimers herkent het patroon: vorig jaar moest hij capituleren toen Pogacar aanviel en alleen Van der Poel hem kon volgen. Pluimers is fit na een val in Omloop Het Nieuwsblad en hoopt zaterdag zuiniger met zijn krachten om te gaan, maar geeft toe dat het lastig wordt om het tempo van de twee koplopers helemaal te beantwoorden.
Kracht van Pogacar wordt extra onderschreven door meldingen dat hij al maanden specifiek op de Cipressa traint en daar records heeft gebroken. Statistisch bewijs: in 2024 reden Pogacar en Van der Poel samen het klimrecord op de Poggio (ongeveer 5’38”) en beklommen ze de Cipressa in een recordtijd rond 8’55”. Tegenstanders schatten hun eigen tijden doorgaans ruim lager, waardoor de klus voor de achtervolgers groot blijft.
Strategisch zijn de mogelijkheden beperkt: de korte capi’s vlak voor de Cipressa lenen zich niet voor langdurige ontsnappingen en samenspanning tussen ploegen om Pogacar en Van der Poel te neutraliseren is moeilijk te organiseren en in de praktijk weinig succesvol. Toch blijft er voor veel renners motivatie: de status van Milaan–Sanremo als monument maakt een topklassering waardevol, ook als winnen onwaarschijnlijk is. Kortom: zondagmiddag wordt het vooral een kracht- en positiespel op de laatste meters — waarbij Pogacar en Van der Poel de rol van favoriet met veruit de grootste papieren behouden.