Hoe de westerse elites de portemonnee van iedereen leegtrekken

dinsdag, 28 april 2026 (09:02) - Indepen

In dit artikel:

Het betoog stelt dat vanaf circa het jaar 2000 een kleine, transnationale elite systematisch vermogen heeft onttrokken aan brede lagen van de bevolking door telkens nieuwe crises te benutten. Met “elite” wordt niet langer de lokale notabele bedoeld, maar vooral topfiguren van multinationals, regeringsleiders, EU-functionarissen en deelnemers aan besloten netwerken zoals het WEF, Bilderberg en de Trilaterale Commissie. Twee boeken uit 1999/2000 worden aangehaald als voorspellers van dit proces: zij beschreven hoe globalisering en verstrengeling van kapitaal- en politiek belangen leiden tot centralisering van macht en verzwakking van de welvaartsstaat.

De auteur bespreekt meerdere grote crisissen als schakels in hetzelfde patroon. De kredietcrisis (2007–2011) begon in de VS met massale subprime-hypotheken; banken raakten illiquide en werden met belastinggeld gered. Centrale banken verlaagden rentes en startten grootschalige kwantitatieve versoepeling (QE), wat spaargeld devalueerde en financiële markten en vastgoedprijzen opdrijft. Investeringsfondsen kochten afgewaardeerde woningen op en veranderden huizeneigendom in huurmarkt — een mechanisme dat volgens het artikel langdurig welvaartsverlies voor gewone burgers heeft opgeleverd.

De eurocrisis (vanaf 2009) wordt gepresenteerd als een vervolg: de invoering van de euro maakte lenen voor zuidelijke lidstaten aantrekkelijk, gevolgd door staatsleningen en, na Grieks wanbeheer en onjuiste cijfers, reddingspakketten die vooral banken in Duitsland en Frankrijk stabiliseerden. De vluchtelingencrisis van 2015 wordt gelinkt aan Amerikaanse geopolitieke interventies (verwijzing naar analyses zoals die van het Cato Institute) en aan economische belangen van defensie-industrieën.

De coronapandemie van 2020 wordt in het artikel deels in een geopolitieke en economische context geplaatst: simulaties zoals Event 201 bestonden vooraf, tech- en farmabedrijven bleken enorme winsten te realiseren, en centrale banken pompten in korte tijd enorme liquiditeit in de markten (FED ~5 biljoen dollar; ECB ~2 biljoen euro). Volgens de auteur versterkten die maatregelen de ongelijkheid: aandelen en grote digitale platformen wonnen, terwijl veel mkb-bedrijven failliet gingen en spaarders koopkracht verloren.

Ook de gebeurtenissen rond Oekraïne sinds 2013–2014 en de oorlog vanaf 2022 worden behandeld als onderdeel van hetzelfde patroon: geopolitieke escalatie leidt tot enorme defensie-uitgaven en voordeel voor wapenfabrikanten en energie-exporteurs, terwijl burgers – financieel en menselijk – de lasten dragen. Meerdere recente conflicten in het Midden-Oosten zouden eveneens economische winnaars creëren (wapen- en energie-industrie) en losers achterlaten (mensenlevens, voedsel- en brandstofzekerheid).

Het centrale punt: crises worden volgens de auteur routinematig ingezet of benut om macht en vermogen naar boven te concentreren, geholpen door supranationale instellingen, centrale banken en politieke elites. In Nederland ziet de schrijver dit terug in beleid van opeenvolgende kabinetten en een verschuiving naar technocratische besluitvorming waarin parlementaire controle en burgerbelang te weinig gewaarborgd zouden zijn.

Als remedie noemt het stuk vooral het vergroten van collectief bewustzijn; politieke oplossingen worden als ontoereikend voorgesteld. Belangrijk om te vermelden is dat veel van de causale verbanden en motieven die in het artikel gesteld worden omstreden zijn en onderwerp van debat binnen economische en politieke wetenschappen — de werkelijkheid is complex en er bestaan uiteenlopende analyses over intentie en effectiviteit van beleid en marktdynamiek.