Hoe de VS ondanks alle oorlogen sinds WO II officieel in vrede leeft

vrijdag, 6 maart 2026 (17:04) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Het Huis van Afgevaardigden in de Verenigde Staten verwierp onlangs een resolutie die president Donald Trump had verplicht het Congres te raadplegen voor verdere militaire acties tegen Iran. Die stemming laat zien hoe diepgeworteld en langdurig het constitutionele conflict is over wie er beslist over oorlog: volgens artikel I van de Amerikaanse grondwet is dat het Congres, terwijl artikel II de president tot opperbevelhebber van de strijdkrachten maakt. Die spagaat heeft ertoe geleid dat de VS sinds de Tweede Wereldoorlog formeel geen nieuwe oorlogsverklaring meer hebben afgelegd.

Formele oorlogsverklaringen zijn zeldzaam en dateren grotendeels uit 1941–1942 (tegen Japan, Duitsland en later Roemenië, Bulgarije en Hongarije). Daarna ontwikkelde zich een patroon waarin presidenten militaire betrokkenheid autoriseerden op basis van andere gronden: VN-resoluties, bepalingen door het Congres die geen officiële oorlogsverklaring zijn, en later ruime mandaten na crises zoals 9/11. Tijdens de Koreaoorlog (1950) gebruikte president Truman een VN-actie als rechtvaardiging om Amerikaanse troepen in te zetten zonder vooraf formeel Congresmandaat; het Congres keurde de inzet pas later goed, maar geen echte oorlogsverklaring volgde.

De Vietnamoorlog is een cruciaal keerpunt. Begonnen met beperkte Amerikaanse steun, escaleerde de Amerikaanse betrokkenheid aanzienlijk na de Golf van Tonkin-resolutie van 1964, die president Lyndon Johnson grote bevoegdheden gaf op basis van vermeende aanvallen op Amerikaanse schepen—later bleek dat die voorvallen niet duidelijk waren. De inzet groeide van enkele adviseurs naar honderdduizenden manschappen en leidde tot zware Amerikaanse verliezen. Geheim gehouden acties onder Nixon (zoals bombardementen in Laos en Cambodja) en de misleiding rond de oorlog voedden in het Congres en bij het publiek diepe wantrouwen.

Als reactie daarop stelde het Congres in 1973 de War Powers Act vast, bedoeld om de uitvoerende macht te beteugelen. Die wet verplicht de president onder meer het Congres binnen 48 uur te informeren na inzet van strijdkrachten en schrijft voor dat troepen binnen 60 dagen moeten terugkeren tenzij het Congres verlenging goedkeurt. In de praktijk heeft de wet het presidentschap slechts beperkt: opvolgende presidenten van beide partijen hebben vaak ruime militaire acties ondernomen zonder formele oorlogsverklaring of expliciete toestemming van het Congres.

Voorbeelden uit latere decennia tonen hetzelfde patroon: Reagan stuurde troepen naar Libanon in 1982 zonder voorafgaande goedkeuring; George H.W. Bush bepleitte in 1990 steun voor de operatie tegen Irak na de inval in Koeweit (met VN-mandaat), maar vroeg niet expliciet om een oorlogserkenning; president Clinton voerde in de jaren 90 meerdere militaire operaties uit zonder formele oorlogsverklaring. Na de aanslagen van 11 september 2001 kreeg George W. Bush van het Congres ruime bevoegdheden tegen internationaal terrorisme, wat leidde tot langdurige, niet-officieel verklaarde oorlogen in Afghanistan en Irak en controversiële praktijken zoals geheime detentie en foltering.

De recente afwijzing van de resolutie tegen Trump moet worden gezien binnen die lange traditie: presidentschap en Congres blijven over bevoegdheden strijden. Analisten zoals Björn Soenens wijzen erop dat de balans sinds kort nog verder is opgeschoven richting het uitvoerend gezag; volgens hem heeft het Hooggerechtshof vorig jaar de uitvoerende macht van de president aanzienlijk bevestigd, waardoor Trump makkelijker zonder voorafgaande goedkeuring militaire stappen kan zetten. Dat bleek ook bij recente acties tegen Iran en andere buitenlandse inmengingen onder zijn bewind.

Toch heeft het Congres nog één belangrijk instrument: de macht over de begroting. Zonder financiering zijn langdurige militaire operaties moeilijk vol te houden. Politieke verschuivingen, bijvoorbeeld verlies van Republikeinse meerderheid bij de midterms, zouden het Congres meer slagkracht kunnen geven om de uitvoerende macht in te perken. Maar gelet op de historische ontwikkeling en het juridisch-politieke landschap is de kans dat de VS ooit weer routinematig officiële oorlogsverklaringen uitvaardigen klein. De praktijk van besluitvorming over militaire interventies blijft grotendeels berusten op een mix van uitvoerende beslissingen, beperkte congresgoedkeuringen en internationale mandaten, eerder dan op het formele oorlogsdeclaraat van weleer.