Hoe de Tunesische democratie de nek werd omgedraaid

maandag, 30 maart 2026 (21:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Vijftien jaar na de omverwerping van Zine El Abidine Ben Ali draait Tunesië weer richting autoritair bestuur. In Tunis trok onlangs een lange stoet naar het hoofdkantoor van de grote vakbond UGTT — met duizenden demonstranten die Tunesische, Palestijnse en vakbondsvlaggen zwaaiden om steun te betuigen aan een van de weinige nog min of meer onafhankelijke instituties in het land. De manifestatie verliep grotendeels vreedzaam, maar politie en veiligheidstroepen zijn alomtegenwoordig en eerdere betogingen werden ook gewelddadig uiteengeslagen.

Het keerpunt kwam op 25 juli 2021, toen president Kais Saied de premier ontsloeg en het parlement ontbond. Wat aanvankelijk door velen, ook binnen de UGTT, op steun kon rekenen, ontwikkelde zich tot een systematische verzwakking van tegenkrachten. In 2022 ontbond Saied de Raad voor de Rechterlijke Macht, ontsloeg tientallen rechters en liet een nieuwe, door hem opgestelde grondwet aannemen met grote meerderheid onder zeer lage opkomst. Verkiezingen werden vervolgens zodanig beperkt dat veel partijen boycotten en de kiezers massaal wegbleven.

De repressie richt zich vooral op oppositieleiders, activisten, journalisten en advocaten. Schrijver en activist Chaima Issa — medeoprichter van het Nationale Reddingsfront — beschouwt Saied als een dictator en werd meerdere keren opgepakt. In april 2025 kreeg zij in een massaproces een zware gevangenisstraf opgelegd; in hoger beroep werd het vonnis zelfs verzwaard. Mensenrechtenorganisaties noemen de procedures schijnprocessen; Human Rights Watch omschrijft de recente arrestaties als het grotendeels uitzetten van de politieke oppositie achter tralies.

Analisten zien geen uniform beeld: sommige waarnemers, zoals historicus Tarek Kahlawi, spreken van een hybride situatie waarin repressie en ruimte voor protest naast elkaar bestaan. Willekeur in vervolging zorgt voor angst, maar ook politieke apathie speelt mee: tientallen miljoenen burgers verloren het vertrouwen in de politieke elite die de beloofde economische en sociale hervormingen na 2011 niet realiseerde. Saied claimt juist op te treden tegen corruptie en ziet steun onder delen van de bevolking die ontevreden zijn over de onrust en bestuurlijke wanorde na de revolutie.

Internationaal viel aanvankelijk weinig scherpe kritiek te horen; EU en VS distantieerden zich niet duidelijk van Saieds machtsgreep en richtten zich vooral op veiligheidsonderwerpen zoals migratie. Europese financiële steun bleef beperkt in de cruciale beginjaren van de democratische transitie, wat volgens sommige deskundigen heeft bijgedragen aan het falen van het prille democratische experiment. Pas na de verdere verharding van het regime stroomden Europese middelen terug, grotendeels vanuit migratiebelangen.

Belangrijke spelers als de UGTT blijven voorlopig acteren als tegenwicht, maar de combinatie van juridische zuiveringen, massale veroordelingen en politieke uitputting maakt de toekomst van Tunesische democratie onzeker. Internationale oproepen tot vrijlating van mensen die zijn vervolgd om hun mening leken beperkt effect te hebben; de Europese Commissie hield zich grotendeels stil.