Hoe de terugkeer van de wolf buiten democratische controle om zorgvuldig is georkestreerd met geld van Postcode Loterij
In dit artikel:
De terugkeer van de wolf in Nederland is volgens het artikel niet louter een spontaan natuurverschijnsel maar het eindpunt van een jarenlang, Europees gecoördineerd beleid. Sinds het dier terug is, veroorzaakt het maatschappelijke onrust: naar schatting zouden in 2025 tussen de 2.500 en 3.000 dieren, vooral schapen, door wolven zijn gedood; de Veluwe zou met ruim honderd wolven een van de hoogste dichtheden wereldwijd hebben. Incidenten met gedode vee, aanvallen op honden en enkele confrontaties met mensen voeden debat en onvrede.
Het officiële verhaal luidt dat wolven uit Oost-Europa via Duitsland vanzelf naar Nederland migreerden. De auteur en Wob-onderzoeker Cees van den Bos noemt dat onwaarschijnlijk gezien dicht bevolkte gebieden en grote infrastructuur (bijv. het Ruhrgebied), plus het vrijwel gelijktijdig verschijnen van roedels in België. Volgens hem is er in plaats daarvan sprake van een doelgerichte, gefaseerde strategie die rond 2000 in de Roemeense Karpaten begon, ondersteund door EU LIFE-projecten. Die projecten richtten zich niet alleen op bescherming, maar ook op populatieopbouw: genetische monitoring, voorkomen van inteelt, bestrijden van hybride kruisingen en het aantrekkelijk maken van leefgebied.
Het Large Carnivore Initiative for Europe (LCIE) wordt genoemd als centraal netwerk voor NGO’s, wetenschappers en overheden dat kennis en beleid coördineerde. In meerdere fasen zouden populaties zijn opgebouwd in de Karpaten, vervolgens met ecologische corridors verbonden via Polen, Slowakije, Hongarije en Oekraïne, en daarna naar Duitsland (Lausitz) en verder naar West-Europa geleid. Op sommige plekken zouden opvang- en acclimatisatiecentra wolven tijdelijk gehuisvest en gemonitord hebben; in andere gevallen is sprake van “habitatsturing”: het aantrekkelijker maken van gebieden in westelijke richting en het wegnemen van belemmeringen (ecoducten, aangepaste zones), wat migratie zou sturen — wat Van den Bos omschrijft als indirecte herplaatsing. Volgens het stuk zijn op sommige trajecten ook individuele wolven fysiek verplaatst.
Nederlandse organisaties als Rewilding Europe, ARK Rewilding Nederland, Wageningen University en Stichting BIJ12 worden genoemd als betrokken bij voorbereiding, monitoring en instandhouding. Financiering zou afkomstig zijn van EU-subsidies, NGO’s en fondsen zoals de Nationale Postcode Loterij. Die verwevenheid tussen wetenschap, natuurorganisaties en adviesbureaus roept volgens de auteur vragen op over transparantie en mogelijke belangenverstrengeling. Ook zou er nooit een volwaardig parlementair debat over de komst van de wolf hebben plaatsgevonden; het beheer ligt nu bij provincies. Media en factcheckers verdedigen veelal het spontane-migratiemodel en bestempelen alternatieve uitleg soms als desinformatie.
De conclusie van Van den Bos is dat menselijk ingrijpen — via populatieopbouw, genetisch beheer, corridorontwikkeling en habitatsturing — bepalend is geweest voor de westwaartse expansie van wolven. Kritische reacties uit het publiek en van politici (onder wie oud-Kamerlid Harm Beertema) verwijten de overheid en betrokken wetenschappers misleiding, roepen op tot politieke actie en stellen aansprakelijkheid voor schade ter discussie.
Kort toegevoegd context: wolven recoloniseren delen van West-Europa al decennia en werden door EU-wetgeving (bv. Habitat- en Bern-conventie) beschermd; hoe ver die beschermingsprogramma’s en corridorprojecten precies hebben bijgedragen aan de Nederlandse populatie blijft onderwerp van onderzoek en debat.