Hoe de space race tussen miljardairs leidt tot steeds meer giftig afval boven ons hoofd
In dit artikel:
Bedrijven onder leiding van SpaceX bereiden een grote uitbreiding van de ruimtevaart voor: in de komende vijftien jaar willen zij samen tot 1,5 miljoen satellieten en zelfs tienduizenden datacentra in een baan om de aarde brengen. Volgens een onderzoek van FTM levert dat niet alleen meer drukte in de ruimte op, maar ook nieuwe vormen van vervuiling in de hogere atmosfeer, waar nog weinig toezicht op is.
De aanleiding voor de aandacht was een incident in Noord-Canada, waar boer Barry Sawchuk in april 2024 grote brokstukken op zijn land vond. Astronoom Samantha Lawler achterhaalde dat het om resten van een Crew Dragon-capsule van SpaceX ging, waarvan onderdelen niet volledig waren verbrand bij terugkeer door de atmosfeer. Het is volgens onderzoekers een voorbeeld van een groeiend probleem: raketten en satellieten verbranden of vallen terug, waarbij roet, metalen, chloorverbindingen en andere schadelijke stoffen vrijkomen op hoogtes die belangrijk zijn voor klimaat en ozonlaag.
Wetenschappers waarschuwen dat de gevolgen van deze ruimterace nauwelijks worden gemeten. Vooral roetdeeltjes kunnen de atmosfeer langdurig beïnvloeden, en omgezette satellieten kunnen stoffen achterlaten die daar van nature niet voorkomen. Eloise Marais van University College London noemt dit een “ongecontroleerd experiment in geo-engineering”. Lawler vreest dat bij een vloot van een miljoen satellieten gemiddeld eens per drie minuten een exemplaar zou opbranden.
Tegelijkertijd blijft de regelgeving achter. Internationale afspraken stammen uit een tijd zonder megaconstellaties, terwijl bedrijven regels volgens onderzoekers slim omzeilen. SpaceX, Blue Origin, Chinese spelers en andere techbedrijven jagen ondertussen hun plannen op, vaak met het argument dat ruimte-datacentra schoner zouden zijn dan op aarde. Milieu- en ruimteonderzoekers waarschuwen juist dat de impact op atmosfeer, klimaat en ruimtegebruik pas echt zichtbaar wordt als het al te laat is.
De Oranjezomer: Econoom Jona van Loenen legt uit: waarom stijgen de benzineprijzen harder dan ze weer dalen?