Hoe de sfeer aan boord van de MV Hondius omslaat na besmetting met hantavirus: 'De onzekerheid is nu het zwaarst'
In dit artikel:
De expeditie op de MV Hondius van Oceanwide Expeditions, een 46-daagse reis die op 20 maart in Ushuaia (Argentinië) begon en via onder meer Tristan da Cunha, Ascension en Sint-Helena naar Kaapverdië zou gaan, is voor de passagiers verstoord door meerdere sterfgevallen en vermoedelijke hantavirusbesmettingen. Aanvankelijk deelden de 91 reizigers foto’s en filmpjes van natuurwandelingen, films en gezamenlijke avonden aan boord; later bleek dat een Nederlandse man tijdens de tocht was overleden en in Sint-Helena van boord ging, en dat zijn echtgenote later ook overleed. Op 2 mei stierf een Duitse passagier, waarna de situatie escaleerde en de sfeer aan boord omsloeg.
Als reactie adviseert de bemanning zieke mensen in hun hut te houden en raadt zij overige passagiers aan binnen afstand te bewaren, mondkapjes te gebruiken en veelvuldig desinfectiemiddel te gebruiken. Vierhonderd reizen ervaring van expeditieleider Rinie van Meurs en collega Hans Verdaat speelt een rol bij de huidige aanpak: zij informeren passagiers regelmatig, proberen te kalmeren en hebben entertainment en groepsactiviteiten drastisch teruggeschroefd vanwege het besmettingsrisico. Volgens Van Meurs is het schip goed uitgerust — met een verplichte aan boord aanwezige arts, een ruim ingericht hospitaal, luxe hutten, wifi en ruime voedselvoorraden — en is er voldoende ruimte omdat het schip plaats biedt aan 170 passagiers, terwijl er nu veel minder aan boord zijn (inclusief de overleden Duitse passagier).
Kaapverdië weigert momenteel toegang, waardoor de Hondius koers zet naar Tenerife (ongeveer twee tot drie dagen varen). Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken meldt dat drie zieke opvarenden van boord gehaald en naar Nederland gebracht zullen worden voor medische zorg; onder hen een Nederlander. De Wereldgezondheidsorganisatie onderzoekt hoe het vermoedelijke hantavirus is opgedoken; omdat hantavirus meestal via knaagdieren wordt overgedragen, wordt ook gekeken of besmetting aan boord mogelijk is. Van Meurs vermoedt dat het virus door opvarenden is meegebracht en benadrukt dat hij nooit ratten aan boord heeft gezien; verder wijst hij erop dat twee Nederlanders die overleden al lange tijd in Zuid-Amerika hadden gereisd.
Passagiers omschrijven de omstandigheden als zorgelijk maar niet ontoereikend: medische zorg is aanwezig, voedsel en water zijn gegarandeerd, en maatregelen beperken verdere verspreiding. De bemanning probeert met informatie en praktische maatregelen paniek te vermijden, terwijl internationale gezondheidsinstanties nader onderzoek doen naar de aard en herkomst van de infecties.