Hoe de overheid wel angst zaait met de campagne Denk Vooruit maar de burgers in de steek laat
In dit artikel:
De regering roept burgers op via de campagne Denk Vooruit om zelfstandig 72 uur zonder stroom en water te overleven, maar volgens de schrijver is dat volstrekt onvoldoende en zelfs lichtzinnig. Ministers Foort van Oosten en diens voorganger Van Weel zien zelfredzaamheid als individuele verantwoordelijkheid; de columnist toont met een opsomming hoe ingrijpend die taak in de praktijk is.
Concreet rekent hij uit dat één persoon circa 35 liter water per dag nodig heeft. Voor een huishouden van vier betekent dat ruim 420 liter voor drie dagen — zo’n 42 jerrycans van 10 liter — die je nu al gevuld zou moeten opslaan. Daarnaast moeten er middelen zijn om voedsel te verwarmen (campingbranders, gas of speciale brandstof), blikopener, rijst en houdbare producten, verbanddoos en medicijnen, honderden kaarsen, zaklampen, opwindradio’s en batterijen. De schrijver haalt met scherpe ironie ook middelen aan als scherpe messen, schroevendraaiers en zelfs een honkbalknuppel, om te illustreren hoe absurd en ingrijpend de persoonlijke voorbereiding wordt voorgesteld.
Financieel is zo’n uitrusting geen kleinigheid: alleen de jerrycans zouden ongeveer €400 kosten, totaalopbouw van alle spullen komt volgens de berekening op bijna duizend euro — exclusief rugzakken en tenten voor eventuele evacuatie. De conclusie is dat het onrealistisch en sociaal ongelijk is om burgers met folders en reclamespots aan hun lot over te laten.
Als alternatief pleit de schrijver voor overheidsmaatregelen die werkelijk verlichting bieden: betaalbare, gestandaardiseerde noodpakketten in supermarkten of afhaalpunten in wijken; grootschalige inkoop van kooktoestellen en opwindradio’s; en het heropbouwen van een georganiseerde Burgerbescherming. Hij stelt voor deze civiele structuur via de Nationale Reserve uit te breiden tot wijkteams die niet alleen hulp kunnen coördineren maar ook op moderne dreigingen zoals onbekende drones kunnen reageren.
Kortom: de auteur vindt dat een serieus dreigingsbeeld om serieuze, collectieve en betaalbare oplossingen vraagt, en geen symbolische informatiecampagne die de verantwoordelijkheid simpelweg bij individuele burgers legt.