Hoe Brussel de Green Deal van Timmermans afzwakt en uitstelt
In dit artikel:
In 2025 kreeg de ambitie van de Europese Green Deal een duidelijke knauw: Brussel schoof, versoepelde en stelde meerdere klimaat- en milieuplannen uit onder druk van concurrentie‑, industrie‑ en kostenzorgen. De belangrijkste wijzigingen en hun gevolgen:
- Verbrandingsmotor (2035): de Europese Commissie stelde in december voor het geplande verbod op de verkoop van nieuwe benzine‑ en dieselauto’s te verzwakken. Fabrikanten zouden hun CO2‑uitstoot in 2035 niet meer volledig (100%) maar voor 90% moeten terugbrengen en mogen overschrijdingen compenseren door rechten te kopen of andere maatregelen (bijv. gebruik van Europees “groen staal” of biobrandstoffen). Plug‑inhybrides en elektrische voertuigen met range‑extenders blijven onder voorwaarden toegestaan. Parlement en lidstaten moeten nog instemmen; Duitsland steunt versoepeling.
- Milieu‑omnibus: de Commissie voerde een pakket in dat rapportage‑ en vergunningsverplichtingen voor bedrijven versoepelt. Voor boeren en sommige industrieën vervallen of worden meldingen samengevoegd; vergunningprocedures moeten sneller via een centraal loket verlopen. Het Europees Parlement gaf reeds groen licht; formele goedkeuring door de lidstaten volgt waarschijnlijk dit jaar.
- Ontbossingswet uitgesteld en versoepeld: in plaats van invoering per 1‑1‑2025 verschuift de wet naar 30‑12‑2026 voor grote bedrijven en zelfs naar 30‑6‑2027 voor kleinere ondernemingen. Kleine producenten hoeven zich nu slechts éénmaal in het EU‑registratiesysteem in te schrijven in plaats van bij elke levering. EP en Raad hebben het uitstel inmiddels goedgekeurd.
- ETS2 (emissiehandel voor brandstoffen en gas): de geplande nieuwe heffing op benzine, diesel en aardgas verschuift naar 1‑1‑2028, met mogelijkheden tot verdere uitstel of vrijgave van extra uitstootcredits als energieprijzen sterk stijgen. Lidstaten waarschuwden dat ETS2 tot onbetaalbare energiekosten kan leiden voor huishoudens en bedrijven.
- Uitstootdoel 2040 versoepeld: commissaris Wopke Hoekstra stelde 90% reductie voor 2040 voor, maar de uiteindelijke afspraken laten toe dat vanaf 2036 tot 5% van de benodigde vermindering buiten de EU wordt gerealiseerd (bv. projecten in Afrika of bossen elders). Als de doelstelling dreigt te mislukken mag nog eens 5 procentpunt extern worden ingehaald, wat de reële reductie in de EU feitelijk naar minimaal 80% kan brengen.
- CSRD (duurzaamheidsrapportage) en CSDDD (anti‑wegkijkwet) uitgesteld en uitgekleed: invoering van uitgebreide duurzaamheidsverslaggeving schuift voor veel bedrijven op naar 2027/2028 en uiteindelijk ontspringen zo’n 90% van de ondernemingen voorlopig de plicht; alleen zeer grote concerns blijven volledig onder de regels vallen. De zorgplicht voor bedrijfspraktijken in toeleveringsketens (CSDDD) geldt voorlopig alleen voor de grootste multinationals, met hogere drempels en lagere maximale boetes dan aanvankelijk gepland.
Waarom dit alles gebeurde: sinds waarschuwingen in 2024 over de concurrentiepositie van Europese bedrijven nam de druk toe om kosten en administratieve lasten te temperen. Lidstaten als Duitsland, belangrijke industriële belangen en zorgen over stijgende energierekeningen waren bepalend in de koerswijziging.
Gevolgen en context: klimaatwetenschappers luiden alarmklep: voortgaande versoepelingen verhogen het risico op een ‘hockeystick’ — lange vertraging gevolgd door een extreem inspannende race richting 2050 — en maken het minder zeker dat de EU‑doelen voor 2050 of de Parijs‑doelstelling van 1,5°C gehaald worden. Tegelijk ligt de EU vooralsnog ongeveer op schema voor de 2030‑doelen, mits de resterende maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd en er voldoende investeringen komen. De politieke afweging blijft: economische concurrentiekracht en sociale betaalbaarheid versus snelheid en strengheid van de klimaattransitie.