Hoe bepaal je of iemand wilsbekwaam is? "Grijze zone bestaat bij patiënt én arts"

dinsdag, 24 maart 2026 (19:21) - VRT Nieuws

In dit artikel:

De postume open brief van Lode Deconinck heeft het debat over euthanasie bij (jong)dementie opnieuw op scherp gezet. Deconinck voelde zich gedwongen vroeg voor euthanasie te kiezen uit vrees later zijn wilsbekwaamheid te verliezen; volgens de wet in België moet iemand zowel bij de aanvraag als bij de uitvoering wilsbekwaam zijn. Dat uitgangspunt dwingt bij jongdementie soms tot een vroegtijdige beslissing.

Professor Patrick Cras, neuroloog aan UZ Antwerpen en ondervoorzitter van het Belgisch Raadgevend Comité voor bio-ethiek, benadrukt dat er weinig objectieve criteria bestaan om wilsbekwaamheid vast te stellen. Bekwaamheid is sterk contextafhankelijk: een patiënt kan in sommige omstandigheden weloverwogen kiezen, terwijl dat in andere situaties niet meer lukt. Een eenvoudige geheugentest is daarvoor onvoldoende. Artsen baseren zich in de praktijk op de vier competentiefasen van Appelbaum & Grisso: begrijpen van de informatie, de betekenis ervan inschatten, een beslissing kunnen vormen en die kunnen communiceren en motiveren.

Het bepalen van wilsbekwaamheid is geen eenmalige handeling maar een traject van gesprekken met neurologen, psychiaters en geriaters, samen met patiënt en naasten. Tegelijk bestaat er een 'grijze zone': waar éne arts overtuigd is van bekwaamheid, zal een andere arts bij dezelfde patiënt terughoudender zijn. Cras stelt dat er geen objectief instrument bestaat om die grens vast te leggen, wat leidt tot variatie in praktijk.

Deconinck pleit voor een raad van getrouwen zodat naasten en artsen beslissingen kunnen nemen wanneer de patiënt onmachtig is; minister Annelies Verlinden onderzoekt die mogelijkheid. Momenteel is een uitbreiding van de reikwijdte van de wilsverklaring in België enkel toegestaan bij onomkeerbare coma. Een mogelijke uitbreiding naar dementie zou vereisen dat mensen bij leven concreet vastleggen onder welke voorwaarden euthanasie mag plaatsvinden (bijvoorbeeld niet meer herkennen van kinderen of zichzelf niet meer kunnen voeden), waarna meerdere artsen moeten toetsen of die criteria zijn ingevuld.

Het Raadgevend Comité formuleerde in december twee standpunten: enerzijds dat een wilsverklaring onweerlegbaar moet zijn en dus altijd gevolgd, anderzijds het populairdere idee dat zo’n verklaring weerlegbaar is wanneer alle partijen samen oordelen dat de voorwaarden niet vervuld zijn. Cras wijst ook op het menselijke dilemma: euthanasie kan dan plaatsvinden bij iemand die dat niet echt meer begrijpt of zich verzet, wat zware gewetensnood kan veroorzaken bij zorgverleners en familie. Kortom: wetgeving, medische beoordeling en ethiek staan in gespannen onderlinge verhouding en vereisen zorgvuldige afweging.