Hoe Astrid Lindgren de eenzaamheid van kinderen wilde verlichten
In dit artikel:
Astrid Lindgren, die zichzelf later omschreef als een somber en eenzaam mens, bouwde tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de fantasiewereld die haar wereldberoemd zou maken: Pippi Langkous. Het artikel laat zien hoe sterk haar kinderboeken verbonden zijn met haar eigen leven. Lindgren groeide op in Småland in het zuiden van Zweden, waar ze een vrije jeugd had, maar haar puberteit bracht onzekerheid en onrust. Als jonge vrouw brak ze met de verwachtingen van haar streng religieuze omgeving: ze knipte haar haar kort, kleedde zich jongensachtig en bleek uitzonderlijk taalvaardig. Op 17-jarige leeftijd begon ze als de eerste vrouwelijke leerling-journalist van de lokale krant in Vimmerby, waar ze vervolgens werd verleid door haar oudere baas Reinhold Blomberg. Ze raakte zwanger, verhuisde naar Stockholm om de schaamte en roddels te ontlopen en beviel in Kopenhagen van haar zoon Lasse, die ze voorlopig in pleegzorg moest achterlaten. Die scheiding en haar armoede en schuldgevoel vormden een litteken dat haar leven lang bleef.
Tijdens de oorlog werkte Lindgren naast haar gezinsleven in het geheim als postcensor in Stockholm. In die functie las ze brieven uit bezet Europa en werd ze van dichtbij geconfronteerd met de gruwel van oorlog, vervolging en antisemitisme. Tegelijk begon ze in 1941 verhalen te verzinnen voor haar zieke dochter Karin over een eigenzinnig, vrij en onuitputtelijk sterk meisje. Uit dat voorleesverhaal groeide Pippi Langkous, die ze in 1944 voor Karins verjaardag uitschreef. De eerste uitgever wees het manuscript af, maar Rabén & Sjögren zag het potentieel en publiceerde het in 1945. Pippi werd een hit en groeide uit tot een cultureel icoon, ook omdat Lindgren haar niet alleen grappig en eigenwijs maakte, maar ook een kind dat zich verzet tegen macht, onrecht en bekrompenheid.
Het artikel benadrukt dat Pippi’s blijvende aantrekkingskracht deels schuilt in Lindgrens overtuiging dat kinderen serieus genomen moeten worden. In haar boeken staan eenzaamheid, vrijheid, verbeelding en moreel verzet centraal. Dat maakte haar werk tijdloos: Pippi, Emiel, Ronja en De gebroeders Leeuwenhart spreken nog altijd nieuwe generaties aan, juist omdat ze kinderen niet klein houden maar ruimte geven om sterker te zijn dan hun omstandigheden.
De Oranjezomer: Tom Coronel heilig overtuigd van toekomst Max Verstappen: 'Honderd procent!'