Hoe Antwerpen diamantstad werd: een wandeling door 600 jaar diamantwijk
In dit artikel:
Antwerpen's diamantwijk ontstond eeuwen geleden door een samenloop van handelsnetwerken, migratie en infrastructuur. Gids Maarten Gillis leidt bezoekers door de beurszaal van de Beurs voor Diamanthandel (eind 19e eeuw, zelfde architect als het Centraal Station), waar vroeger kopers en verkopers aan lange tafels één-op-één onderhandelden. De zaal heeft grote noordgerichte ramen zodat diamantkleur onafhankelijk van zonlicht beoordeeld kan worden; de feitelijke handel is inmiddels naar honderden privé-kantoortjes op de verdiepingen verhuisd.
De Joodse gemeenschap speelde een belangrijke rol in de vroege diamantpraktijk, maar was niet de enige groep. Na 1492 kwamen veel Joden vanuit Spanje, Italië en Frankrijk naar de Lage Landen en handelden zij in luxegoederen, waaronder diamanten. Vandaag vallen ook veel Indiase handelaren op in de wijk. Het Centraal Station gaf de definitieve impuls: door de spoorverbindingen kwam handel uit Amsterdam (destijds wereldcentrum van de diamanthandel) naar Antwerpen, waar vakmensen en arbeiders aanwezig waren om slijpwerk te doen. Handelaren spraken eerst in cafés bij het station af, later in speciale zaaltjes en uiteindelijk in kantoorcomplexen die de voormalige tuintjes van de buurt vervingen.
Salomon 'Shuli' Lerner omschrijft de beursruimte als een dagelijkse ontmoetingsplek: "Hier komt iedereen samen." In de Hoveniersstraat bevindt zich het Diamond Office, een douanekantoor dat ontstond in september 1944 om verhuizende en terugkerende handel na de Tweede Wereldoorlog te stroomlijnen. Elke binnenkomende en uitgaande diamant passeert daar; men controleert certificaten, waarde en probeert conflictdiamanten buiten te houden, vaak met expertise van ex-diamantslijpers.
In de wijk herinneren synagoge en een gedenkplaat aan de bomaanslag van oktober 1981 (3 doden, >100 gewonden); sindsdien is autoverkeer sterk gereguleerd. Een historisch weetje: het gewicht van diamant wordt in karaat uitgedrukt (1 karaat = 0,2 g), een maat die teruggaat op het gedroogde pitje van de johannesbroodboom dat in de oudheid als gewichtje diende.