Hoe Amsterdamse taxibedrijven worden opgericht om te frauderen: 'Goede dekmantel voor criminele activiteiten'
In dit artikel:
Amsterdamse politie en Belastingdienst hebben hard bewijs gevonden dat sommige taxibedrijven bewust als dekmantel voor fraude en ondermijnende criminaliteit worden gebruikt. In een gezamenlijke operatie binnen het Amsterdamse Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) werden ruim vijftig taxi’s van één malafide onderneming in beslag genomen. De actie volgde op jarenlang zichtbare problemen: veel verkeersovertredingen, overlast, aanwijzingen voor drugshandel en witwassen, en structurele belastingontduiking.
Onderzoeksbureau Beke waarschuwde al in 2021 dat de Amsterdamse taximarkt kwetsbaar is voor misbruik. Malafide ondernemers profiteren van de anonimiteit van platformdiensten (zoals Uber en Bolt) en van het gemak om een bedrijf op naam te zetten van een zogenoemde katvanger — een kwetsbare persoon die formeel als bestuurder of aandeelhouder verschijnt, terwijl de werkelijke initiatiefnemers buiten beeld blijven. Daardoor kunnen illegale praktijken relatief ongestoord plaatsvinden en treden persoons- en bedrijfseigenaren vaak weg zodra controle nadert: ze “ploffen” het bedrijf leeg of laten het failliet gaan zodat bezittingen niet zijn terug te vorderen.
In de nieuwe, niet-aangekondigde aanpak combineerden politie en Belastingdienst hun bevoegdheden. De fiscus berekende in een eerste boekenonderzoek een belastingnadeel van ruim een half miljoen euro plus circa 150.000 euro aan niet-betaalde BPM (importbelasting voor auto’s). Tegelijk werden kentekens gelegd en door gerichte surveillance en het gebruik van verkeerscamera’s kon de politie binnen een korte periode de tientallen auto’s traceren. Agenten hielden de voertuigen gelijktijdig aan in Amsterdam; andere wagens werden later in een loods in Rotterdam gevonden. Doel was snel ingrijpen, zodat chauffeurs en eigenaren geen tijd hadden om auto's over te schrijven of te verplaatsen.
De casus laat zien dat het bedrijf vooral auto’s uit buurlanden importeerde zonder daarvoor BPM en andere heffingen te voldoen, en nagenoeg geen omzet aangaf over de geleverde taxidiensten. De onderneming stond ingeschreven op een Amsterdams postadres met een ingehuurde katvanger uit het buitenland als enige bestuurder, die voor controle onverantwoordbaar bleek. Pogingen om met vermeende vertegenwoordigers te praten leverden niets op.
De eerste negen van de in beslag genomen voertuigen werden in mei geveild en brachten 45.000 euro op; de rest van het wagenpark wordt de komende maanden via een onlineveiling verkocht. De betrokken instanties zien dit als een bewijs dat de nieuwe werkwijze effectief is en willen de methode mogelijk uitbreiden naar andere taxi-cases en naar bedrijven die voertuigen importeren met vergelijkbare signalen van fraude.
Breder gezien benadrukt de zaak het oneerlijke speelveld waar legitieme, vergunde taxiorganisaties (TTO’s) mee te maken hebben: zij zijn zichtbaar, moeten aan strenge regels voldoen en worden gecontroleerd, terwijl platformgebaseerde en schimmige ondernemingen veel gemakkelijker onder de radar blijven. Hoe groot de totale schade door dit soort malversaties in Amsterdam of landelijk is, is nog niet in kaart gebracht, maar de betrokken instanties verwachten dat met gerichte, snelle acties veel meer misstanden opgespoord kunnen worden.