Hoe AfD afgleed van eurokritische protestpartij naar Poetinknuffelaar
In dit artikel:
De Alternative für Deutschland (AfD), opgericht in 2013 uit onvrede over de euro en economische politiek, is in korte tijd geëvolueerd van een eurokritische partij naar een extreemrechtse kracht die door Duitse autoriteiten als staatsgevaarlijk wordt gezien. Dat werd afgelopen weekend pijnlijk zichtbaar in Gießen: tijdens de oprichting van een nieuwe jongerenafdeling – nu onder de naam Generation Deutschland omdat de vorige door de veiligheidsdienst als “rechts-extremistisch” bestempeld werd – protesteerden naar schatting 50.000 mensen. Demonstranten blokkeerden snelwegen, raakten slaags met AfD-leden en journalisten, en ruim vijftig agenten raakten gewond. Binnen de partij klinken openlijk revisionistische en nationalistische geluiden; sprekers beklemtonen ras, culturele eenheid en zien 8 mei 1945 niet als bevrijding maar als nederlaag.
Belangrijke kopstukken van de AfD zorgen herhaaldelijk voor opschudding. Björn Höcke, invloedrijk in Thüringen, werd veroordeeld voor het schrijven van nationaalsocialistische teksten en het gebruik van verboden nazi-slogans; hij staat bekend om doelbewuste provocationele uitspraken. Erevoorzitter Alexander Gauland relativeerde Duitse oorlogsmisdaden. Lijsttrekker Maximilian Krah relativiseerde de verantwoordelijkheid van SS-militairen. Partijleider Alice Weidel verspreidde feitelijk onjuiste historische uitspraken in gesprekken met internationale figuren. Samen vormen deze uitspraken een patroon van historisch revisionisme en het relativiseren van het nationaalsocialisme.
Op beleidsvlak sluit de AfD aan bij andere Europese extreemrechtse partijen: fel anti-immigratie, euroscepsis, tegen verdere Europese integratie en kritisch over militaire en financiële steun aan Oekraïne. De partij onderhoudt nauwe banden met Rusland; AfD-vertegenwoordigers reizen vaak naar Moskou en er zijn aantijgingen van financiële betrekkingen en pogingen tot beïnvloeding. Duitse inlichtingendiensten vermoeden bovendien infiltratie en corruptie: sommige parlementsleden zouden onder invloed van het Kremlin staan, anderen worden onderzocht wegens vermeende smeergeldaanname of spionage.
De Duitse politieke klasse reageert met een cordon sanitaire: AfD’ers worden uitgesloten van gevoelige parlementaire posten (zoals de commissie voor geheime diensten), politieke stichtingen en veel formele samenwerking. Ook het bedrijfsleven trok zich terug: bankrekeningen werden opgezegd en huurcontracten geannuleerd. Bondskanselierkandidaat Friedrich Merz en de CDU wijzen samenwerking af en houden de partij verantwoordelijk voor antisemitisme en vreemdelingenhaat.
De opkomst van de AfD is deels een reactie op politieke besluiten zoals Merkel’s migratiebeleid van 2015: de partij, begonnen als eurokritisch alternatief, vond in de asielcrisis een nieuw verkiezingsthema. Gewelddadige incidenten door extreemrechtse individuen — waaronder de moord op CDU-burgemeester Walter Lübcke in 2019 — laten zien dat de grenzen tussen radicaal-nationalistische retoriek en geweld soms vervagen, wat de Duitse samenleving en gevestigde partijen voor lastige keuzes plaatst over democratische weerbaarheid en omgang met rechts-populistische bewegingen.