Historisch verlies Deense regeringspartijen: politieke veteraan belandt in droompositie
In dit artikel:
De Deense regeringspartijen leden bij de parlementsverkiezingen een historische nederlaag: volgens de eerste exitpolls verliezen de sociaaldemocraten van premier Mette Frederiksen 16 zetels en Venstre zakt naar een dieptepunt van slechts zeven zetels. In het traditionele blokdenken van Denemarken haalt geen van beide kampen de benodigde 90 zetels voor een meerderheid; het rode blok staat op 86, het blauwe op 75. Daardoor is een snelle kabinetsformatie onwaarschijnlijk.
De uitslag zet oud-premier Lars Løkke Rasmussen in de schijnwerpers: zijn positie maakt hem de sleutelspeler, omdat zowel links als rechts hem nodig hebben om op papier een meerderheid te vormen. Woensdag bepalen partijen via bezoeken aan de koning wie de formatie mag leiden; de kandidaat met de meeste steun krijgt de eerste kans. Op papier zijn Frederiksen en Troels Lund Poulsen (Venstre) mogelijke verkenners, maar Poulsens positie is verzwakt door het desastreuze resultaat van Venstre.
Poulsen mikte op een centrumrechtse coalitie met onder meer de Moderaterne en eventueel de Deense Volkspartij, maar dat blok wringt: Løkke weigert te regeren met die partij, terwijl die partij hem uit een kabinet wil houden. Dat dilemma vergroot Løkkes machtspositie en bemoeilijkt onderhandelingen.
Andere kandidaten duiken op: Alex Vanopslagh (Liberal Alliance) heeft zich als premierkandidaat gemeld ondanks eerdere bekentenissen over cocaïnegebruik; hij zei dat hij eerlijk zal zijn over zijn fouten. Frederiksen blijft de enige serieuze linkerkandidaat, maar haar poging zich te profileren met een nationaal pesticidenverbod — bedoeld om drinkwater te beschermen — kan ook een breekpunt vormen met mogelijke partners. Al met al wijzen de eerste signalen op een langdurig en complex formatieproces.