Historisch Heusden: Guus van de Ven overlijdt op 1 mei 1943 aan de Birmaspoorweg in Thailand

woensdag, 19 november 2025 (10:16) - Nieuws.nl

In dit artikel:

Guus van de Ven (Vlijmen, 1 mei 1905) vertrok in augustus 1925 met de s.s. Vondel naar Nederlands‑Indië en werkte in Batavia bij het Bataviasche Nieuwsblad. In mei 1926 trouwde hij bij volmacht met Jacoba Evers; ze kregen twee dochters, Else (1927) en Louise (1929). Het huwelijk werd in september 1934 ontbonden; Jacoba kreeg de voogdij.

Het huwelijk bij volmacht — veelgebruikt in de koloniën wanneer de man al in Indië verbleef — maakte dat de vrouw later naar haar man kon overkomen; werkgevers betaalden de overtocht doorgaans alleen ná het huwelijk.

Na het uitbreken van de oorlog met Japan meldde Guus zich als vrijwilliger bij het KNIL en diende als kanonnier bij de kustartillerie van Tandjong Priok. Tijdens de Japanse opmars capituleerde het KNIL op 8 maart 1942 en Guus werd krijgsgevangen gemaakt. Hij belandde eerst in Tjimahi en werd vervolgens ingezet als dwangarbeider aan de aanleg van de Birma‑ of Thai‑Birma‑spoorlijn, een meedogenlijk project van de bezetter vanwege olie en strategische belangen in Zuidoost‑Azië.

Op 15 januari 1943 werd Guus met instapnummer 3005 op de Harugiku Maru 2 vervoerd naar Singapore; na behandeling in Changi volgde op 28 januari per trein het transport naar Thailand en aankomst in Ban Pong op 1 februari. Hij kwam bij het beruchte kamp Rintin terecht, dicht bij de Hellfire Pass, waar verblijfsklimaat en werkcondities extreem waren: honger, ziektes en lange werkdagen met hoge sterfte waren aan de orde van de dag. Guus werd op 27 maart ernstig ziek opgenomen en overleed op zijn 37e verjaardag, 1 mei 1943. Hij kreeg aanvankelijk een veldgraf bij het kamp en is later herbegraven op het ereveld in Kanchanaburi (Vak 5, Rij E, Graf 22). Zijn naam staat ook op de Erelijst van Gevallenen 1940‑1945 en op een plaquette bij het Drie Pagoden Monument in Bronbeek.

Jacoba en de dochters woonden na de scheiding in Soerabaja en werden na de Japanse inval geïnterneerd in Lampersarie, een van de grootste vrouwen‑ en kinderkampen. Na de capitulatie van Japan in augustus 1945 kwam de internering formeel ten einde; de dochters gingen in november 1946 naar Nederland bij hun grootouders, Jacoba keerde in 1949 terug en hertrouwde in 1954.

Kortom: het levensverhaal van Guus van de Ven illustreert hoe Nederlandse burgers in de Indische oorlogsjaren via militaire dienst en Japanse gevangenschap verstrikt raakten in de dodelijke bouw van de Birma‑spoorlijn, met blijvende persoonlijke en familiale gevolgen.