Historisch Heusden: De scheiding van Herpt en Bern
In dit artikel:
Op 10 mei 1810 maakten keizerlijke beslissingen van Napoleon van Herpt en Bern één gemeente. Die rustige agrarische gemeente (rond 1900 zo’n 500 inwoners, waarvan circa 60 in Bern) veranderde ingrijpend door de aanleg van de Bergsche Maas, mogelijk gemaakt na aanneming van de wet Verlegging van de Maasmond op 26 januari 1883. Doel van dat project was de Maas een eigen, veilige uitloop naar de Noordzee te geven en daarmee waterstand- en overstromingsproblemen in het stroomgebied te verbeteren.
Voor Herpt & Bern betekende de aanleg grote territoriale en sociale ingrepen. Reeds eind 1883 lagen er onteigeningsplannen: 131 percelen (samen 166 hectare, ongeveer een zesde van het grondgebied) werden voorgesteld voor onteigening; de grondverwerving kostte ƒ 691.444. Boeren raakten afgesneden van gedeelten van hun land en het buurtschap Bern kwam door de nieuwe geulen en dijken feitelijk omsloten te liggen door water. Rijkswaterstaat nam maatregelen om de schade te verzachten: er kwam een Berns veer (eerder bedoeld als eeuwigdurend gratis, later tijdelijk tot honderd jaar) en vrijstelling van waterschapslasten voor eigenaren in de Polder van Bern.
De bouw van de Bergsche Maas (24,4 km) werd in zeven riviervakken uitgevoerd; het vak Heleind‑Hedikhuizen–Heesbeen was het tweede. De aanbesteding vond plaats op 11 juli 1888 en leidde tot de inzet van circa 250–300 polderwerkers. Modern materieel voor die tijd — excavateurs, een smalsporennetwerk met kiepkarren en krachtige vijzelpompen — werd ingezet. Voor dit vak werd 871.000 m³ grond verzet, waarvan 240.000 m³ klei. In mei 1890 waren het zomer- en winterbed en de belangrijkste dijken opgeleverd, maar het vak liep vervolgens vol met regen- en kwelwater.
Ook technisch werden voorzieningen getroffen voor de waterhuishouding van de polders: op 1 september 1889 werd de bouw aanbesteed van een kolengestookt Rijksstoomgemaal voor de Polder van Bern (89 ha) in de Spijkschenhoek, met een buis door de dijk die aansloot op de hogere Maas (nu Afgedamde Maas). Voor het Eiland Nederhemert bouwde het Duitse bedrijf Monier‑Bauten in 1893 een 22 meter lange sluisduiker in de Bernsedijk; daarbij werd voor het eerst door Rijkswaterstaat het in‑het‑werk storten van gewapend beton toegepast.
Het Bernse veer ging op 23 november 1893 in de vaart en voer in het hooiseizoen dag en nacht. Tijdens periodes van hoge Maasstanden moest de pont zelfs van dijk tot dijk varen. Na de doorgraving van de tijdelijke afsluitende dijken bij Heleind‑Hedikhuizen en Heesbeen (aanbesteding 17 december 1903) kreeg de Maas op 20 juni 1904 haar vrije uitloop; de rivier kreeg stroming en de pont werd omgebouwd tot gierpont die gebruikmaakte van de stroom. De afsluiting van de Afgedamde Maas werd op 23 juni 1904 voltooid.
Op 18 augustus 1904 opende koningin Wilhelmina in Heusden officieel de Bergsche Maas. Het grootschalige werk duurde meer dan twintig jaar en overschreed de geraamde kosten: van ƒ 15,1 miljoen begroot tot uiteindelijk ƒ 24,7 miljoen.
Bestuurlijk leidde de riviergeografie tot verschuivingen: Bern kwam landschappelijk aan de Bommelerwaardse/Gelderse zijde te liggen maar bleef in Noord‑Brabant. Herpt & Bern bleef zelfstandig tot 1935, waarna inlijving bij Heusden volgde; per 1 januari 1958 werd Bern overgeheveld naar de Gelderse gemeente Kerkwijk, die vanaf 1 januari 1999 opging in Zaltbommel. De Bergsche Maas veranderde dus niet alleen het landschap en de waterhuishouding, maar ook de sociale en bestuurlijke kaart van de regio.