Historisch Heusden: Coöperatieve eerste Langstraatsche stoomzuivelfabriek

woensdag, 25 februari 2026 (10:16) - Nieuws.nl

In dit artikel:

Rond 1900 zetten de Norbertijnse paters van de Abdij van Berne in Heeswijk zich in om de moeilijke economische positie van boeren te verbeteren. Met name pater Gerlacus van den Elsen stimuleerde coöperatief ondernemen. Dat leidde in 1896 tot de oprichting van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) en tal van lokale afdelingen. Uit die beweging ontstond ook in Drunen-Elshout het verlangen om gezamenlijk melk te verwerken en zo afzet en prijsstelling te verbeteren.

Op 11 mei 1905 richtten lokale boeren de Coöperatieve Vereniging De Boterij van Drunen en Elshout op. Omdat men aanvankelijk maar 42 leden telde met 160 koeien, begon men met een kleine handkrachtzuivelfabriek die op 17 oktober 1905 in de Stationsstraat (ongeveer huidig nr. 20) in gebruik werd genomen. Sjef van Kessel werd de eerste directeur; melk werd verwarmd, het vet gekarnd en tot roomboter verwerkt. Toen de afzet en tevredenheid groeiden, besloot de vereniging al snel om over te stappen op een stoomgestookte fabriek zodra voldoende melkaanvoer gegarandeerd kon worden.

Machinefabriek Henri Grasso ontwierp en leverde de installaties voor de nieuwe stoomzuivelfabriek, waarin stoommachines niet alleen de karn en centrifuge aandreven, maar ook voor pasteurisatie, reiniging en gebouwverwarming zorgden. De fabriek, met Thijs van Halder als bestuursvoorzitter, ging op 27 november 1906 open. Producten werden met rijkskeurmerk geleverd aan groothandel en detailhandel; in 1910 verwerkte men circa 2 miljoen kilogram melk.

Zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog brachten ingrijpende verstoringen: prijsstijgingen, exportbeperkingen, distributie- en toewijzingsregels tijdens WWI, en tijdens WWII tekorten aan brandstof en verpakkingsmateriaal, administratieve lasten en productievoorschriften. In 1917 werd de vereniging formeel omgezet in de Coöperatieve Eerste Langstraatsche Stoomzuivelfabriek. Tussen de oorlogen investeerde men opnieuw: uitbreidingen rond 1920 en een moderniseringsronde in 1938–39 met een extra stoomketel, nieuwe machineparkonderdelen en een 30 m schoorsteen (waarvan de onderste helft nog bestaat). De fabriek kreeg nationale en internationale onderscheidingen voor de productkwaliteit.

Tijdens de oorlogsjaren veranderde ook het management: Sjef van Kessel vertrok in november 1942 om gezondheidsredenen; Mari van Hulten volgde hem op. De fabriek leed in de bevrijding (oktober/november 1944) vijf directe granaatinslagen, waarna herstel volgde.

Na de oorlog verschoven de activiteiten van hoofdzakelijk roomboter naar een breder assortiment consumptiezuivel (volle/halfvolle/magere melk, vla, yoghurt, pap). De coöperatie verwerkte in de naoorlogse jaren jaarlijks circa 7 miljoen kg melk van zo’n 450 leden. Met technologische en organisatorische veranderingen in de sector nam centralisatie toe; op 12 oktober 1964 besloot men tot fusie met Melkinrichting St. Jan in ’s-Hertogenbosch en in 1965 sloot de fabriek in Drunen. Het gebouw aan de Stationsstraat huisvestte later onder meer een DAB-autogarage; eind 2025 had het die bestemming, waarna in 2026 sloop en woningbouw gepland staan, samen met het aangrenzende Boerenbond-perceel.

De geschiedenis van de fabriek illustreert de overgang van kleinschalig ambachtelijk zuiven naar geëlektrificeerde, coöperatieve industrie en de gevolgen van oorlogs- en technologische veranderingen voor dorps-economieën.