Historicus: Inheemse Amerikaan verliezer van onafhankelijkheid VS

maandag, 22 juni 2026 (15:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Amerikaanse historicus Joseph Ellis stelt dat de onafhankelijke Verenigde Staten in 1776 voor de inheemse bevolking geen bevrijding, maar juist een ramp waren. Aanleiding voor zijn toelichting is de discussie rond 4 juli, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, waarop nazaten van inheemse Amerikanen en activist Leonard Peltier weinig reden zien om te juichen. Volgens hen staat die dag vooral symbool voor uitsluiting, verdrijving en geweld.

Ellis, die vorig jaar het boek *De Grote Tegenstelling* publiceerde, beschrijft hoe de relaties tussen Europese kolonisten en inheemse volken vanaf het begin dubbelzinnig waren: de kolonisten hadden hun hulp nodig om te overleven in Noord-Amerika, maar wilden tegelijk hun land innemen. Tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog tussen 1776 en 1783 zouden Amerikaanse troepen grote groepen inheemse Amerikanen hebben verdreven of gedood, ook wanneer stammen neutraal probeerden te blijven of de kolonisten juist wilden helpen. Volgens Ellis verbraken de Britten bovendien eerder gemaakte beloften aan de inheemse bevolking door hun grondgebied later toch aan de kolonisten toe te wijzen.

Hij wijst er ook op dat leiders als George Washington, Thomas Jefferson en Henry Knox weliswaar erkenden dat inheemse volken morele rechten hadden op hun land, maar dat deze erkenning politiek geen gevolg kreeg. Terwijl in de Senaat werd gediscussieerd, trokken kolonisten verder westwaarts en werden inheemse gemeenschappen steeds verder gemarginaliseerd. Ellis noemt hen daarom de grote verliezers van de Amerikaanse onafhankelijkheid: zij werden buiten de nieuwe natie geplaatst en kregen pas in 1924 formeel Amerikaans burgerschap, na een lange periode van onrecht en verlies.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: KNVB hoeft Henk ten Cate niet meer te bellen: ‘Er is te veel gebeurd’