Hij woont er sinds 1981, maar blokkeert de verkoop: rechter laat geërfde woning ontruimen

maandag, 12 oktober 2026 (16:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een 72-jarige man uit Vlaardingen moet de woning verlaten waarin hij sinds 1981 met zijn vrouw woont. De rechtbank Rotterdam bepaalde dat hij zes weken na de betekening van het vonnis moet vertrekken. Die termijn begint dus pas wanneer een deurwaarder het vonnis officieel heeft overhandigd; wanneer de ontruiming precies plaatsvindt, is nog niet bekend.

De woning maakte deel uit van de nalatenschap van de moeder van de man en zijn 75-jarige broer, die in 2011 overleed. Beide broers hebben recht op de helft van de erfenis. Al in 2015 bepaalde de rechtbank dat de woning kon worden toegedeeld aan de jongste broer, op voorwaarde dat hij zijn broer financieel zou uitkopen en de notariële overdracht zou meewerken. Aan die uitspraak werd geen uitvoering gegeven.

In april 2025 kreeg de jongste broer opnieuw zes weken om mee te werken aan de overdracht en betaling. Als dat niet zou gebeuren, moest de woning aan een derde worden verkocht. Ook tegen die beslissing werd geen beroep ingesteld. Toch werkte de bewoner niet mee aan overdracht aan zichzelf én blokkeerde hij de verkoop. Een ingeschakelde makelaar kon de woning daardoor niet op de markt brengen.

De man verwees naar mondelinge afspraken na het overlijden van hun moeder, waardoor hij naar eigen zeggen niets aan zijn broer hoefde te betalen. Volgens de rechtbank had hij dat verweer in eerdere procedures moeten voeren. In het nieuwe kort geding kunnen onherroepelijke beslissingen niet opnieuw ter discussie worden gesteld.

De rechtbank erkent dat vertrek ingrijpend is voor het echtpaar, dat al tientallen jaren in de woning woont en nog geen andere woonruimte heeft. Toch weegt het belang van de oudste broer zwaarder, omdat de onverdeelde woning hem financieel en fiscaal blijft benadelen en verkoop door de voortdurende blokkade wordt bemoeilijkt. Een geëiste termijn van veertien dagen vond de rechter te kort; een nieuwe dwangsom zou naar verwachting niet helpen.

De jongste broer moet €1.860,02 aan proceskosten betalen. De rechtbank sluit niet uit dat de broers alsnog een regeling treffen, bijvoorbeeld waarbij hij in de woning blijft tegen betaling van een redelijke vergoeding. Daarvoor moet hij wel erkennen dat hij zijn broer financieel moet compenseren.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen reageert op chaos bij NSC-congres: ‘Opheffen die club!’