Hij verviel in oudtestamentische toorn, wanneer iemand opbelde terwijl hij naar Manchester United zat te kijken | column Jean Pierre Rawie
In dit artikel:
Er verschijnt een bundel ter gelegenheid van wat Willem Wilminks 90ste verjaardag zou zijn geweest — een gelegenheid die de schrijver doet terugdenken aan hun vriendschap en aan Wilminks ongelijke plaats in de literaire wereld. Wilmink overleed in 2003 op 66‑jarige leeftijd; hij werd vooral bekend door liedjes voor kinderprogramma’s zoals De Stratemakeropzeeshow, Het Klokhuis en J.J. de Bom voorheen de Kindervriend, maar voelde zich in de eerste plaats dichter. De auteur wijst erop dat hij nooit graag het onderscheid tussen liedje en gedicht maakte en een voorkeur had voor de middeleeuwen, toen die scheidslijn ook niet bestond.
Hoewel bijna alle prijzen voor kinderliteratuur hem toekwamen, kreeg hij maar één prijs voor volwassen poëzie — de Hendrik de Vriesprijs — een eer die de verteller mede mogelijk maakte toen hij in de jury zat. De schrijver betreurt dat veel collega‑critici hem tijdens zijn leven niet als volwaardig dichter zagen: zijn toegankelijkheid en populariteit werden hem vaak aangerekend. Na zijn dood kwam daarentegen brede erkenning als dichter, een erkenning die tijdens zijn leven te weinig zichtbaar was geweest.
Persoonlijk portretteert de auteur Wilmink als innemend maar onzeker en gevoelig voor kritiek. Uit postuum gepubliceerde brieven blijkt dat Wilmink kleine tekorten aan waardering zwaar opnam. Hij had ook eigenaardigheden: een sterke binding met zijn Twentse geboortestreek waardoor hij steeds minder reisde (zelfs een uitgelopen bruiloft van zijn zoon wachtte op hem tevergeefs), en de neiging tot drift wanneer iets zijn routine verstoorde — bijvoorbeeld een onderbreking tijdens het kijken naar Manchester United. Ter gelegenheid van zijn zestigste maakte de verteller een bloemlezing uit Wilminks werk en vierde dat samen met hem in sterrenrestaurant De Librije in Zwolle; Wilmink liet zich niet verleiden iets te eten na acht uur uit angst de laatste trein naar Enschede te missen.
Het portret schetst zowel de bewonderde volksdichter als de kwetsbare man achter het succes, en verklaart waarom zijn nalatenschap pas na zijn dood de literaire waardering kreeg die hij altijd zo verlangd had.