Hij reed mijn zus dood en mag straks toch weer autorijden
In dit artikel:
Op 11 maart 2024 veroorzaakte Ibrahim S. op de A16 een kettingbotsing waarbij motorrijder Rosemarijn — de zus van de auteur — zwaargewond raakte en een week later overleed. In de rechtbank in Rotterdam werd het handelen van S. overtuigend onderbouwd: dashcambeelden en zes getuigen spreken van hard rijden, bumperkleven, rechts inhalen en een plotselinge, korte remming die past bij een brake check. Een jaar na dit dodelijke incident pleegde S. opnieuw een forse snelheidsovertreding; hij kreeg daarvoor een boete en een rijontzegging van drie dagen.
De officier van justitie eiste tien maanden gevangenisstraf en een rijontzegging van drie jaar; de rechtbank volgde die eis eind april. Voor de nabestaanden betekent de veroordeling enige genoegdoening, maar de auteur wijst op een fundeler bezwaar: de maximale, tijdelijke rijontzegging die de Nederlandse Wegenverkeerswet toelaat. Artikel 179 schrijft voor dat rijbevoegdheid “voor ten hoogste vijf jaren” kan worden ontzegd, ook wanneer iemand herhaaldelijk voertuigen als potentieel dodelijk wapen heeft gebruikt. Dat roept de vraag op waarom iemand die dodelijk roekeloos rijdt en recidiveert automatisch na hooguit vijf jaar weer mag autorijden.
De auteur vergelijkt de situatie met het Amerikaanse tweede amendement — een onstoffelijk recht dat wijdverbreide wapens mogelijk maakt — en met systemen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, waar permanente rijverboden wel tot de mogelijkheden behoren. Het pleidooi is helder: autorijden moet worden gezien als een voorrecht dat je kunt verdienen, maar ook definitief kunt verliezen wanneer iemands gedrag bewijst dat hij of zij een blijend gevaar vormt.
Daarnaast wijst de tekst op de maatschappelijke kosten: directe schade van het ongeval, een politieonderzoek van bijna twee jaar, een omvangrijk strafdossier en rechtskosten; en het gegeven dat straf en rijverbod pas ingaan na afhandeling van het hoger beroep. De Wegenverkeerswet is voor het laatst grootschalig herzien in 1994 en bevat nog bepalingen uit de jaren vijftig, terwijl het wegbeeld en het gedrag op de weg fundamenteel zijn veranderd.
De oproep van de auteur is politiek en juridisch van aard: maak het mogelijk dat rechters in uitzonderlijke gevallen een permanent rijverbod opleggen, zodat de samenleving beter wordt beschermd tegen recidiverende verkeersgevaarlijkheid. Welke Kamerleden nemen dit initiatief op?