Hij maakt mini-versies van Amsterdams goorste hoekjes: 'Nu de plaskrul verdwijnt, maak ik er gewoon weer bij'

maandag, 30 maart 2026 (07:31) - Het Parool

In dit artikel:

Kunstmaker Sam Oswin Vonk (38) bouwt miniaturen van de smerige, alledaagse hoekjes van Amsterdam: vervuilde prullenbakken, bekladde elektriciteitskastjes, kapotte tegelvloeren en vooral de iconische, donkergroene plaskrul — een urinoirontwerp van de Dienst der Publieke Werken uit het eind van de 19e eeuw. “Ik ben een soort textuursukkel,” zegt Vonk, en die obsessie voor materiaal en patina is zichtbaar in elk klein object dat hij maakt: hij streeft ernaar dat vuil, stickers, graffiti en roest er zó levensecht uitzien dat je bijna de geur lijkt te kunnen waarnemen.

Vonk woont en werkt in een kunstenaarscomplex bij de Nieuwe Meer. Zijn interesse in maquettes gaat terug naar zijn jeugd en museumbezoeken, maar de richting van zijn miniaturen nam pas echt vorm na een omzwerving langs opleidingen grafisch ontwerp en illustratie en een periode van experimenteren. In plaats van idyllische modellandschappen richt hij zich op dat wat doorgaans over het hoofd wordt gezien: anti-design van shoarmatenten, versleten metrotegels en plekken waar mensen hun sporen achterlaten. Graffiti en tags beschouwt hij als een collectieve stedelijke beeldtaal; door die resten te vangen maakt hij een soort hedendaagse nostalgie zichtbaar.

Zijn werkwijze is ambachtelijk en minutieus: vonk combineert 3D-geprinte onderdelen met XPS-schuim, polystyreen en kleine metalen staafjes; hij gebruikt huwelijksmixen van baksoda en secondelijm, schuren, washes en laagjes verf om een geleefde uitstraling te creëren. Voor details print hij logo’s op miniatuur vuilniszakken en stickers op ultradun waterslidepapier; voor verwering gebruikt hij gereedschap variërend van pincet tot aansteker en aluminiumfolie om textuur te imiteren. Daarbij is het geen exacte kopie: zijn objecten zijn herkenbaar maar deels gefantaseerd, bedoeld om een gevoel van vergankelijkheid te bewaren in plaats van technische reconstructie.

Een voorbeeld van zijn succes is de miniatuurplaskrul van ongeveer 15 centimeter hoog: meerdere lagen graffiti, wit uitgeslagen steen, rondslingerend papier en een stukje kapot glas maken het tot een overtuigende kleine reconstructie. Het Amsterdam Museum kocht werk van hem aan; zijn plaskrul ging viraal op Instagram (een post haalde ongeveer 150.000 views en leverde hem 2.000 volgers op) en verscheen op tv in het programma BinnensteBuiten. Vonk ziet zijn miniaturen als een manier om stadse aspecten vast te leggen die dreigen te verdwijnen: “Ik wil de dingen die ik mooi vind ook een beetje vastleggen,” zegt hij, en veel kopers blijken werk te verwerven uit nostalgische redenen.

De combinatie van zorgvuldige techniek, liefde voor verval en een speelse, bijna kinderlijke interesse in miniaturen maakt Vonks werk herkenbaar en eigenzinnig. Wie zijn proces ziet, herkent het geduld en de herhaalde bewerkingen: verven, vegen, weghalen en weer overschilderen om precies die opgehoopte viezigheid te krijgen. Voor Vonk is het resultaat zowel rauw als poëtisch — een soort totem voor graffiti en voor vergeten stadsornamenten.

Werk van Sam Oswin Vonk is het komende halfjaar te zien in het recent geopende Miniatuur Museum Amsterdam (Paulus Potterstraat 8) en volgende maand bij kunstpodium De Heg op het Marineterrein. Daarmee blijft hij kleine stukjes verdwijnend Amsterdam zichtbaar maken — en aantrekkelijk genoeg om mensen het vieze níet te laten vergeten.