Hierom moet je in duizenden Indiase kerken een toestemmingsformulier tekenen
In dit artikel:
In de Indiase deelstaat Maharashtra is op vrijdag 28 augustus een nieuwe antibekeringswet van kracht geworden. De wet, aangenomen door de hindoenationalistische Bharatiya Janata Partij (BJP), verplicht inwoners om de autoriteiten zestig dagen vooraf te informeren wanneer zij van religie willen veranderen. Wie de regels overtreedt, kan maximaal zeven jaar gevangenisstraf krijgen. Kerken laten gelovigen daarom formulieren invullen waarin zij verklaren vrijwillig tot het christendom te zijn toegetreden. Volgens Dolphy D’souza van de Bombay Catholic Society zijn zulke verklaringen bedoeld als bescherming tegen beschuldigingen van gedwongen bekering. In de afgelopen zes maanden zouden gebedsbijeenkomsten volgens hem tientallen keren zijn verstoord door hindoe-nationalistische groepen.
Maharashtra is de dertiende van India’s 28 deelstaten met een antibekeringswet. In sommige staten bestaan zulke regels al sinds de jaren zestig; andere werken aan nieuwe wetgeving. In Goa werd een voorstel onlangs goedgekeurd door het kabinet, maar de invoering is uitgesteld na protesten van kerken en mensenrechtenorganisaties. De wetten zijn officieel bedoeld om mensen te beschermen tegen bekering door dwang, fraude, verleiding of ongepaste beïnvloeding. Ook zouden ze vrouwen moeten beschermen tegen de zogenoemde ‘love jihad’, de onbewezen theorie dat moslimmannen hindoevrouwen via relaties tot de islam bekeren.
De Indiase grondwet garandeert in artikel 25 de vrijheid van geweten en het recht om een religie te belijden, te beoefenen en uit te dragen. De staat mag die vrijheid wel beperken ter bescherming van openbare orde, gezondheid en moraal. Het Hooggerechtshof bepaalde in 1977 dat het verspreiden van een geloof niet automatisch het recht geeft om anderen door dwang, fraude of lokmiddelen te bekeren. Critici vrezen echter dat de huidige wetten veel verder gaan. Begrippen als ‘verleiding’ en ‘ongepaste beïnvloeding’ zijn vaak vaag omschreven. In sommige deelstaten moeten zowel de bekeerling als degene die hem of haar zou hebben bekeerd melding maken van de overgang, waarna autoriteiten de zaak openbaar kunnen maken en om bezwaren vragen. Daarmee komt de privacy van gelovigen onder druk te staan.
Onderzoekers Sakshi Parashar en Setu Gupta stellen dat de nieuwe wetgeving vooral kwetsbare groepen zoals vrouwen, dalits en Adivasi’s raakt. Deelstaten zeggen deze groepen te willen beschermen tegen druk, maar volgens de onderzoekers beperkt de wet juist hun mogelijkheid om aan discriminatie, het kastensysteem of onderdrukkende sociale verhoudingen te ontsnappen. Bekering tot het christendom of de islam wordt door hindoenationalisten bovendien vaak gezien als een afwijzing van de voorouderlijke cultuur en de Indiase nationale identiteit, omdat deze religies als van buiten India afkomstig worden beschouwd.
De regels hebben al geleid tot arrestaties, sociale uitsluiting en geweld. In Uttar Pradesh lopen naar schatting ongeveer tweehonderd zaken tegen christenen en zijn sinds 2021 meer dan achthonderd mensen, onder wie voorgangers en gelovigen, gearresteerd of vastgehouden. In Jharkhand werd een christelijk bruidspaar opgepakt; in Uttar Pradesh volgden veel aanklachten tegen stellen wegens vermeende bekering via een huwelijk, hoewel veroordelingen uitbleven wegens gebrek aan bewijs. In Chhattisgarh werd christelijke gezinnen in tientallen dorpen de toegang tot gemeenschappelijk water en werk ontzegd. Andere gezinnen werden mishandeld om hen te dwingen terug te keren naar het hindoeïsme, een proces dat bekendstaat als ‘Ghar Wapsi’. Die herbekering geldt in Chhattisgarh als uitzondering en is daardoor niet strafbaar.
Mensenrechtenonderzoekers vinden dat de wetten het principe van onschuld en internationale verdragen over godsdienstvrijheid ondermijnen. In sommige gevallen moet de beschuldigde aantonen dat een bekering vrijwillig was, terwijl de aanklager zou moeten bewijzen dat sprake was van dwang. Volgens critici is het doel om gedwongen bekeringen te voorkomen op zichzelf legitiem, maar zijn de beperkingen te verstrekkend en treffen ze vooral religieuze minderheden.
De antibekeringswetten versterken volgens deskundigen een bredere ontwikkeling sinds de verkiezingsoverwinning van premier Narendra Modi in 2014. Zijn BJP is gebaseerd op Hindutva, een ideologie die het hindoeïsme sterk met de Indiase identiteit verbindt. India werd in 2020 door een Amerikaanse commissie voor godsdienstvrijheid aangemerkt als land van bijzondere zorg. Critici stellen dat wettelijke beperkingen, lokale vijandigheid en geweld elkaar versterken. Handhaving ligt vaak bij lokale autoriteiten en traditionele dorpsraden, die niet altijd onpartijdig optreden.
Ook christelijke hulporganisaties ondervinden de gevolgen. Hindoenationalisten verdenken hen ervan sociale hulp aan dalits en andere kwetsbare groepen als middel voor bekering te gebruiken en vrezen buitenlandse invloed. Tegelijk zijn sinds 2014 de buitenlandse financieringsvergunningen van ongeveer 16.000 ngo’s ingetrokken, waardoor organisaties als World Vision India, Compassion International en de Missionaries of Charity moeilijker kunnen werken. De wetten beperken daarmee niet alleen de keuze voor een ander geloof, maar ook de vrijheid van kerken om samen te komen en van organisaties om hulp te verlenen.
Vandaag Inside: Wierd Duk over schietpartij in Overasselt: 'Nederland is gewoon een narcostaat'