"Hier betalen we allemaal prijs voor": wat kunnen belangrijkste klimaatinstellingen nog zonder Amerikaans geld?

donderdag, 8 januari 2026 (15:04) - VRT Nieuws

In dit artikel:

De Amerikaanse president Donald Trump heeft vannacht aangekondigd dat de VS zich terugtrekt uit 66 internationale organisaties, waaronder de VN-klimaatinstanties IPCC (wetenschap) en UNFCCC (politieke klimaatcoördinatie). De maatregel komt niet onverwacht gezien Trumps eerdere terugtrekking uit het Parijsakkoord, maar raakt dieper: het betreft niet één akkoord maar de kern van de mondiale klimaat‑infrastructuur die sinds de oprichting van het UNFCCC in 1992 internationale samenwerking, het Kyoto‑protocol en het Parijsakkoord mogelijk maakte.

Belgische klimaatdeskundigen waarschuwen dat de beslissing wereldwijde gevolgen zal hebben. Het IPCC verzamelt en beoordeelt decennialang wetenschappelijke kennis; zijn vijf‑tot‑zevenjaarlijkse rapporten zijn leidend voor beleid en planning. De VS leveren behalve onderzoekscapaciteit ook financiële steun: sinds 1989 betaalden Amerikaanse overheden volgens de Zwitserse boekhouding ongeveer een kwart van het IPCC‑budget (ongeveer 53 miljoen Zwitserse frank of 67 miljoen dollar). Dat geld dreigt weg te vallen, wat operationele kosten zoals salarissen en reiskosten kan raken.

Toch verwachten experts niet dat de wetenschappelijke productie van het IPCC meteen stilvalt. Jean‑Pascal van Ypersele (voormalig IPCC‑vicevoorzitter) stelt dat Europese landen en filantropische organisaties veel van het wegvallende Amerikaanse geld kunnen opvangen, en dat Amerikaanse onderzoekers niet formeel uitgesloten kunnen worden van deelname. Bovendien financieren veel Amerikaanse universiteiten en onderzoeksinstellingen klimaatonderzoek ook onafhankelijk van federale steun. Daardoor blijft Amerikaanse wetenschappelijke betrokkenheid praktisch en intellectueel van groot belang.

Op beleidsniveau is het signaal veel ernstiger, zeggen onder anderen Hans Bruyninckx (voormalig directeur van het Europees Milieuagentschap). Het vertrek van de VS verzwakt de slagkracht van het UNFCCC, geeft andere landen een excuus om minder ambitieus te zijn en maakt het behalen van de Parijse doelstellingen veel moeilijker nu de VS — na China — een van de grootste CO2‑uitstoters is. Binnen de VS leidde de aankondiging tot felle kritiek van wetenschappers en politieke tegenstanders; organisaties als de Union of Concerned Scientists en voormalig adviseur John Podesta noemden de stap schadelijk voor toekomstige generaties.

De juridische haalbaarheid en de duur van de impact zijn nog onduidelijk. Sommige juristen wijzen erop dat de Amerikaanse toetreding tot het UNFCCC in 1992 door de Senaat werd goedgekeurd, en dat terugtrekking daarom ook senatale instemming zou kunnen vereisen. Anderen, zoals jurist Jean Galbraith, menen dat een opvolgende president de beslissing zelfstandig kan terugdraaien; dat zou voorkomen dat één president de Senaat permanent omzeilt. Hans Bruyninckx benadrukt echter dat hernieuwde ratificatie in de huidige politieke context politiek lastig kan zijn en mogelijk langdurige gevolgen veroorzaakt.

Naast beleids- en juridische aspecten wijzen experts op praktische consequenties: het verminderen van klimaatwetenschap schaadt weer‑ en klimaatschattingen die vitale sectoren als luchtvaart, scheepvaart en landbouw gebruiken. Van Ypersele benadrukt bovendien de ironie dat politieke leiders die klimaatmaatregelen afbouwen uiteindelijk zelf last zullen hebben van de fysieke effecten — hij verwijst naar Trumps eigen Mar‑a‑Lago als voorbeeld van een verblijf dat in toekomstige decennia door zeespiegelstijging bedreigd kan worden.

Kortom: de Amerikaanse terugtrekking uit IPCC en UNFCCC zit vol onzekerheden. Wetenschappelijke samenwerking en financiering kunnen deels standhouden dankzij andere landen en private fondsen, maar op beleidsniveau vermindert de invloed van internationale klimatinzet en neemt de kans af dat wereldwijde uitstootdoelen haalbaar blijven — met potentiële lange termijnschade voor zowel de VS als de rest van de wereld.