Het ziet er hoopvol uit voor een derde feministische golf

donderdag, 2 oktober 2025 (17:13) - De Volkskrant

In dit artikel:

De auteur, socioloog en columnist van de Volkskrant, ziet steeds meer tekenen dat er een nieuwe feministische opleving gaande is: demonstraties tegen femicide en onveilige straatpraktijken, meer zichtbaarheid van vrouwen in de media, tentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars en jonge activistes die zich opnieuw Dolle Mina noemen. Deze week was er een opgewekte, strijdvaardige “Minafestatie” bij het Amsterdamse standbeeld van Wilhelmina Drucker; bovendien verschijnt honderd jaar na haar dood een biografie over deze prominente voorvechtster. (Dolle Mina verwijst naar de Nederlandse feministische beweging uit de jaren zeventig, vernoemd naar Drucker.)

De auteur waarschuwt echter voor het te eenzijdig denken in golfmetafoor. Vanuit haar academische blik herinnert ze aan een tussenfase die zij “wederopbouwfeminisme” noemde: voormalige verzetsvrouwen die na de Tweede Wereldoorlog gerechtvaardigde verwachtingen hadden dat hun oorlogsinspanningen zouden leiden tot meer maatschappelijke gelijkheid, maar die juist geconfronteerd werden met vergaande terugkeer naar traditionele rollen in de jaren vijftig en zestig. Die teleurstelling droeg bij aan het ontstaan van de tweede feministische golf eind jaren zestig.

Als voorbeeld van een belangrijke maar lange tijd onderbelichte vertegenwoordiger van de tweede golf bespreekt de auteur schrijfster Andreas Burnier (1931–2002). Haar vroege romans, onder meer Een tevreden lach (1965) en Het jongensuur (1969), zijn opnieuw uitgegeven en vormden recent het uitgangspunt van een voorstelling van Toneelschuur Producties in Haarlem. Die vertelt het aangrijpende verhaal van een lesbische, Joodse voormalige onderduikster die in de jaren vijftig weinig ruimte vindt voor een leven buiten huwelijk en moederschap: eenzaamheid, wanhoop en een zoektocht naar een positie in de samenleving staan centraal.

Na de voorstelling maakte Burniers levenspartner Daniel van Mourik bezwaar tegen een uitgeefstrategie die Burnier als “transgender avant la lettre” bestempelde. Van Mourik benadrukte dat Burnier zichzelf niet als transgender zag en zich tegen collectieve etikettering verzette. De auteur legt uit dat Burniers wens als meisje liever een jongen te zijn vooral voortkwam uit frustratie over de beperkte en vernederende levensopties voor vrouwen destijds — niet uit het gevoel “in het verkeerde lichaam” te zitten. Toen Burnier haar ambities als schrijfster en wetenschapster kon waarmaken, verdween dat verlangen grotendeels.

De auteur verwelkomt dat Burnier en andere tweedegolffiguren opnieuw aandacht krijgen — namen als Natalia Ginzburg, Clarice Lispector, Audre Lorde, Adrienne Rich en Virginia Woolf passeren in het rijtje van herontdekte schrijvers. Ze vraagt zich af waarom zoveel waardevol werk en feministische publicaties zo lang uit zicht zijn geraakt, maar concludeert hoopvol dat de heruitgaven en het enthousiasme van jong publiek kunnen wijzen op het opkomen van een nieuwe, derde golf.