Het zelfvertrouwen van Israëlische kolonisten
In dit artikel:
De afgelopen jaren is er volgens de auteur een toenemend zelfvertrouwen en zichtbare aanwezigheid van Israëlische kolonisten in het Palestijnse gebied rond Bethlehem en Beit Jala. De waarnemingen lopen uiteen: circa zes jaar geleden liepen gewapende herders-kolonisten ongestoord door het platteland van de Makhrour-vallei; één of twee jaar geleden controleerde een kolonist auto’s bij Beit Jala en claimde het omliggende land; en ongeveer een jaar terug vroegen kolonisten bij een plaatselijk klooster om de sleutels, zogenaamd “voor de eigen veiligheid”. Dergelijke incidenten illustreren een nieuwe mate van openlijke dominantie, aldus de schrijver.
Ideologisch beroepen veel van deze kolonisten zich op het bijbelse verleden van Judea. Historicus Ilan Pappe krijgt als verklaring dat sommige settlers een moderne “Staat van Judea” nastreven; voor anderen hoort daar een theocratische of territoriaal uitgebreide Israëlische staat bij. Praktisch vertaalt dat zich in het systematisch innemen van strategische plekken: landbouwgrond, waterbronnen, beboste recreatieplaatsen en archeologische locaties worden steeds vaker doelwit van overnames of nieuwe nederzettingen.
Concreet zijn er nieuwe nederzettingen in de Makhrour-vallei en direct tegen Beit Sahour aan gebouwd; kolonisten lopen er gewapend door Palestijnse straten om boodschappen te doen, omdat winkels daar goedkoper zijn dan in Israël of in nederzettingen. Families wordt aangeraden hun kadastrale eigendom zorgvuldig te registreren uit vrees voor onteigening. Sommige Israëlische journalisten schetsen een patroon: eerst het platteland (vooral in gebied C, onder Israëlische controle), daarna de voorsteden rond Palestijnse steden, en uiteindelijk de steden zelf.
Een recent politiek signaal was het bezoek van minister van Financiën Bezalel Smotrich aan de Solomon Pools bij Artas, een historische watervoorziening ten zuiden van Bethlehem. Zulke waterrijke, aantrekkelijke plekken trekken kolonisten aan. Tegelijk kondigde Israël vorig jaar de onteigening aan van het archeologische park Tel Sebasta (circa 200 hectare) bij Nablus, officieel ter bescherming van vondsten — maar velen zien dit als een juridische route om grond te annexeren.
De schrijver vergelijkt de voortgang met Gabriel García Márquez’ Kroniek van een Aangekondigde Dood: de ontwikkeling lijkt onafwendbaar en snel, maar benadrukt dat historische uitkomsten niet per se vooraf bepaald zijn.