Het wordt steeds moeilijker om mensen uit de bijstand naar werk te begeleiden
In dit artikel:
Minder bijstandsgerechtigden stromen door naar betaald werk: volgens de jaarrapportage 2025 van de Divosa Benchmark Werk & Inkomen daalde het aandeel van 11,5% in 2021 naar 7,9% in 2024 en 2025. De benchmark is opgesteld door gemeentelijke sociaal-domeindirecteuren en experts van Stimulansz en BMC.
Ongeveer 410.000 mensen zitten nu in de bijstand; een groeiende groep kampt met meervoudige problemen zoals schulden, mantelzorgtaken, fysieke en mentale klachten, waardoor een directe terugkeer naar de arbeidsmarkt vaak niet haalbaar is. Gemeenten hebben te weinig tijd, personeel en geld om deze cliënten intensief te begeleiden: het kost drie tot vier keer zoveel inzet om mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te leiden.
Voor sommige bijstandsgerechtigden is eerst dagbesteding of vrijwilligerswerk een noodzakelijke tussenstap om weer mee te kunnen doen; soms is dat wat op korte termijn maximaal haalbaar is. Tegelijkertijd blijft de krapte op de arbeidsmarkt groot en wordt de verwachting dat de arbeidsvraag alleen maar stijgt door vergrijzing: naar schatting zullen er richting 2040 minder werkenden per gepensioneerde zijn.
Divosa pleit ervoor bewezen instrumenten veel ruimer in te zetten, zoals loonkostensubsidie (waardoor werkgevers deels gecompenseerd worden voor lagere productiviteit) en IPS (Individuele Plaatsing en Steun), langdurige, op maat gemaakte begeleiding die momenteel vooral bij mensen met psychische problemen wordt toegepast. De lopende wijzigingen in de Participatiewet moeten het beleid ook beter laten aansluiten op wat bijstandsontvangers wél kunnen, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk als verplichte tegenprestatie te erkennen waar betaald werk (nog) niet realistisch is.