Het wordt een hete zomer voor Tata Steel Nederland en de overheid
In dit artikel:
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) bereidt een ontwerp-besluit voor om de vergunningen van de twee Kooksgasfabrieken van Tata Steel in te trekken, naar aanleiding van aanhoudende overschrijdingen van milieunormen en te hoge emissies van zeer zorgwekkende stoffen (persbericht 15 mei 2026). Intrekken betekent niet dat de fabrieken meteen stilgelegd worden; de dienst wil een veilige, gefaseerde afronding en stelt een redelijke termijn voor sluiting vast.
De Kooksgasfabrieken in IJmuiden zetten steenkool om in kooks (coke), de brandstof voor hoogovens 6 en 7. Zonder deze kooks komt de hele ruwijzerproductie in gevaar, met direct risico voor het voortbestaan van Tata Steel Nederland als geïntegreerde staalfabriek. Tegelijkertijd zijn de fabrieken structurele bronnen van giftige emissies geweest; de Omgevingsdienst heeft Tata al meerdere keren beboet en ziet sluiting nu als noodzakelijk.
De provincie Noord‑Holland ondertekende op 29 september 2025 samen met het Rijk en Tata een Joint Letter of Intent om CO2- en schadelijke stofuitstoot te verminderen; een definitieve maatwerkafspraak moet uiterlijk 30 september 2026 rond zijn. In aanloop naar een Kamerdebat op 7 april gaf Tata’s top aan te onderzoeken of vervroegde sluiting en ontvlechting van de kooksgasactiviteiten haalbaar zijn. Het kabinet benadrukt dat naleving van wet- en regelgeving (‘compliance’) voorwaarde is bij de maatwerkonderhandelingen en dringt aan op snelle oplossingen voor lopende handhavingszaken.
Praktische opties en gevolgen worden nog onderzocht. Mogelijk kan tijdelijk kooks worden ingevoerd, wat duurder is, of kan het bedrijf besparen op boetes, heffingen en de circa 35 miljoen euro jaarlijkse investeringen per fabriek. De Omgevingsdienst en betrokken overheden willen in de zomer een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van directe sluiting — inclusief vergelijking van kosten van zelf kooks produceren (personeel, investeringen, productie) versus inkopen, en mogelijkheden om meerkosten te compenseren.
Kortom: toezichthouders en politiek zetten steeds sterker in op het sluiten of vervroegd buiten gebruik stellen van de kooksfabrieken om gezondheidsrisico’s terug te dringen en de verduurzaming van de Nederlandse staalindustrie te bespoedigen, maar technisch, economische en arbeidsrechtelijke gevolgen moeten nog zorgvuldig in kaart worden gebracht.