Het woord vrijheid mag geen politiek rookgordijn zijn

donderdag, 5 maart 2026 (15:54) - Joop

In dit artikel:

Het nieuwe kabinet introduceert een zogenoemde "vrijheidsbijdrage": extra defensie-uitgaven die burgers financieel raken en worden gepresenteerd als reactie op buitenlandse druk. Tegelijkertijd gebruikt Donald Trump in de VS het begrip vrijheid — vooral vrijheid van meningsuiting — om beperkingen op zijn uitspraken af te wijzen. In beide gevallen functioneert "vrijheid" als politiek schild waarmee moeilijke keuzes worden gerechtvaardigd of kritiek wordt ontsierd.

Aanleiding is een oproep van Trump aan NATO-landen om defensie-uitgaven op te voeren naar 5% van het bbp, een veel hoger doel dan de eerdere 2%-richtlijn. Mark Rutte omarmde dat percentage, maar er ontbreekt volgens het artikel een objectieve militaire onderbouwing waarom juist 5% nodig zou zijn; het cijfer komt over als politiek bepaald. Belangrijk is dat 3,5 procentpunt van die 5% bestemd moet zijn voor wapeninkopen, bij voorkeur uit de Verenigde Staten, waardoor een groot deel van de besteding praktisch neerkomt op een exportsubsidie voor de Amerikaanse wapenindustrie.

Wie de rekening betaalt is een politieke keuze: het kabinet legt de lasten vooral bij middeninkomens en mensen die van publieke voorzieningen afhankelijk zijn. Concrete maatregelen die genoemd worden: het verplichte eigen risico in de zorgverzekering stijgt vanaf 2027 naar ongeveer €460 per jaar; vergoedingen uit het basispakket worden geschrapt of beperkt; huishoudelijke hulp en lokale ondersteuning worden minder vanzelfsprekend; en de WW‑uitkering wordt ingekort van twee naar maximaal één jaar, met een tijdelijk hoger uitkeringspercentage in de eerste maanden maar sneller wegvallende inkomsten later — een maatregel die oudere werklozen extra hard treft.

Opvallend is dat hogere inkomens en vermogenden niet structureel meer worden aangeslagen. Volgens het opiniestuk is het wenselijk dat zulke fundamentele verdelingskeuzes openlijk worden bediscussieerd in plaats van verpakt te worden in een moreel geladen term als "vrijheid". Het belang van vrijheid — met name vrijheid van meningsuiting — wordt erkend, maar het artikel waarschuwt dat het misbruik van die term (zoals wanneer het elke kritiek op persoonlijke uitspraken torpedeert) de waarde ervan juist uitholt.

De kernboodschap is een pleidooi voor zuinig en eerlijk taalgebruik: woorden als "vrijheid" en "vrijheidsbijdrage" mogen niet worden gebruikt om politieke besluiten onkritisch te maskeren. Wie werkelijk om vrijheid geeft, beschermt niet alleen het recht zelf maar ook de betekenis ervan in het publieke debat.