Het WK Voetbal is geen normaal sportevenement
In dit artikel:
Als 21‑jarige student herkent de auteur zich in Rosan Smits’ analyse van fascisme: tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde 0,5% van de Nederlanders, 5% ging in verzet en de overgrote 94,5% deed niets — juist die passieve meerderheid vormt volgens haar het probleem. Diezelfde berusting ziet ze terug bij het aanstaande WK voetbal (2026): veel mensen accepteren zonder verzet praktische discriminatie en politiek ingrijpen rondom het toernooi. De auteur somt voorbeelden op — een Somalische scheidsrechter die de VS niet in mag, het Iraanse elftal dat niet in de VS mag overnachten, een Irakese speler die urenlang door grenspolitie is verhoord en supporters uit landen als Iran, Haïti, Senegal en Ivoorkust die niet welkom zijn — en stelt dat zulke maatregelen geen onpolitieke sportzaken zijn maar bewuste politieke keuzes.
Verandering is volgens haar mogelijk, maar alleen als de massa ophoudt dit soort sportevenementen als normaal te zien en zich duidelijk uitspreekt. Ze is somber gestemd, ook omdat na Qatar 2022 het WK in 2034 naar Saoedi‑Arabië gaat — een land met weinig tolerantie voor diversiteit. Ze hoopt op een verbindend toernooi, maar betwijfelt of dat realistisch is; ze sluit met een bijna zelfkritische noot dat ze misschien overdrijft.