Het wilde bijenjaar 2025: opvallende terugkomers en nieuwe soorten
In dit artikel:
In 2025 leverden tellingen en waarnemingen in Nederland opnieuw opvallende bijenvondsten op: zowel drie soorten voor het eerst vastgesteld in ons land als meerdere zeldzame terugkeerders en opkomers. Nieuw voor Nederland waren de zwarte ertsbij (Ceratina cucurbitina) — twee keer gezien in Zuid-Limburg en op de Maasvlakte —, de Aziatische mortelbij (Megachile sculpturalis) in Deventer en Den Haag, en de zuidelijke emeraldgroefbij (Seladonia submediterranea) in Zuid-Limburg. Juni blijkt een gunstige maand voor zulke ontdekkingen.
Daarnaast werden interessante herontdekkingen en stijgende trends gemeld: de zwaluwbij dook in Heerlen op — de eerste waarneming in Zuid-Limburg sinds 1953 — en de kleine bleekvlekwespbij nam na een eerste opleving in 2024 duidelijk toe. De eikenzandbij keerde terug op de Holthurnsche Hof na afwezigheid sinds 2000. Meerdere zeldzame maskerbijen (bijv. stadsmaskerbij, gele maskerbij, composietmaskerbij en gestippelde maskerbij) werden verspreid over het land waargenomen, wat wijst op gunstiger omstandigheden voor deze groep. Ook de grashommel liet positieve signalen zien met meerdere waarnemingen in Zuid-Limburg.
Het Meetnet Hommels breidde het aantal telroutes uit tot meer dan 600; de gemiddelde aantallen per route lagen rond het langjarig gemiddelde en waren beter dan het lage 2024. De veenhommel werd opvallend vaker geteld (bijna drie keer zoveel als in 2024) en er kwam een zeldzame lichte koekoekshommel boven water — pas de tweede waarneming sinds 2009.
Voor 2026 zijn verwachtingen hoog: er wordt gespitst op parasitaire slakkenhuistubebijen langs de kust, potentiële nieuwe maskerbijen net over de grens bij België en op een mogelijke terugkeer van de grote behangersbij, die in België een sterk jaar kende maar in Nederland sinds 2011 ontbreekt. Tekst en analyses komen van Tjomme Fernhoud (EIS Kenniscentrum Insecten); waarnemingen zijn grotendeels van veldwaarnemers en netwerkmetingen.