'Het was alleen maar Gambia, Gambia, Gambia'
In dit artikel:
Erik van der Waard (Internoord Travel Group) heeft een diepe band met Gambia die teruggaat naar de tussenlanding van zijn vader, Peter. Die eerste indruk leidde ertoe dat zijn ouders een stichting oprichtten en ter plaatse begonnen met simpele maar doelgerichte projecten: het bouwen van schooltjes van zelfgemaakte stenen, het slaan van waterputten en het organiseren van basisvoorzieningen in dorpen waar kinderen eerder onder een boom les kregen. Wat als kleinschalige hulp begon, groeide uit tot structurele steun: inmiddels hebben naar schatting duizenden kinderen onderwijs gekregen op scholen met uniformen, toiletten en stromend water, wat veel gezinnen in staat stelt een inkomen te verdienen.
De betrokkenheid van de familie overstijgt het traditionele goede doel: naast gebouwen en infrastructuur stuurden ze jarenlang kleding, auto’s en andere hulpgoederen mee. Erik, die zelf regelmatig gaat en zijn eigen kinderen heeft meegenomen, noemt het een familiestamboom van betrokkenheid; zijn kinderen ondersteunen inmiddels maandelijks enkele Gambische gezinnen. Een schrijnend voorbeeld: een blindedarmoperatie kost daar ongeveer €250 — vaak een halfjaarsinkomen — waardoor privéschulden of sterfte voorkomen kunnen worden dankzij inkomenssteun.
Zakelijk gezien organiseert Internoord reizen naar Gambia, maar niet puur als liefdadigheid. Ze werken met lokale vertrouwde contacten, sturen reizigers met kleine auto’s het echte binnenland in en stimuleren rechtstreeks contact tussen toeristen en lokale families. Klanten blijven vaak betrokken na terugkeer: sommigen doneren structureel kleine bedragen om een gezin te helpen. Praktische hulp blijft concreet; momenteel zet Erik zich bijvoorbeeld in om twee kapotte taxi’s te vervangen, omdat transport vaak de enige bron van inkomsten is en slechte voertuigen mensen hun verdiencapaciteit ontnemen.
Erik schetst ook hoe Gambia in decennia veranderd is: van zandwegen en beperkt toerisme naar verbeterde infrastructuur en een volwassen horeca. Hij waarschuwt dat het land sterk afhankelijk is van toerisme — wegvallen van bezoekers zou desastreuze gevolgen hebben — en benadrukt dat reizen duurzaam en efficiënt moet blijven. Over de lokale sfeer is hij positief: weinig criminaliteit, religieuze verdraagzaamheid en een gastvrije bevolking die toeristen vaker als redders of weldoeners ziet. Tot slot wijst hij erop dat reizen met maatschappelijke impact niet altijd expliciet gevraagd wordt, maar vaak organisch ontstaat wanneer reizigers het binnenland bezoeken en geraakt terugkomen.