Het verzet van Trump, Poetin en Xi toont juist de kracht van het Europese model
In dit artikel:
19 januari 2026 — De EU is niet langer uitsluitend een handelssamenwerking of een losse verzameling soevereine staten, maar functioneert in de praktijk als een politieke gemeenschap. Externe spelers — met name de Verenigde Staten onder Trump, Rusland en China — behandelen Europa steeds vaker als één actor en niet als 27 afzonderlijke landen. Die verandering volgt uit drie zaken: de omvang van de interne markt, het door Brussel vastgestelde regelgevingskader en het feit dat dit model een alternatief biedt voor zowel Amerikaans kapitalisme als Chinese staatscontrole.
Belangrijkste punten:
- Wie: de Europese Unie en haar 450 miljoen consumenten; externe tegenhangers zoals de regering-Trump (inclusief JD Vance), president Poetin en president Xi; Europese beleidsmakers en bedrijven; drempelgevallen zoals Italië en Duitsland.
- Wat: de EU heeft de laatste dertig jaar een politieke en regelgevende orde opgebouwd die andere grootmachten dwingt tot onderhandelen met Europa als geheel. Dit maakt de EU een geopolitieke speler en een concurrerend maatschappelijk-economisch model — de sociale markteconomie — waarin democratische keuze, sociale zekerheid en rechtsstaat centraal staan.
- Waar: in Europa, maar met effecten globaal doordat multinationals die toegang tot de EU-markt willen automatisch onder Europese regels vallen (de zogeheten schaal- en regulerende macht van de interne markt).
- Wanneer: recente ontwikkelingen en beleidsdebatten (artikel gedateerd 19 januari 2026), met verwijzingen naar de afgelopen dertig jaar en concrete voorbeelden uit de afgelopen vijf jaar (naturalisaties in Duitsland) en 2025 (Italiaanse migratiecijfers).
- Waarom: andere grootmachten zien de EU als bedreiging omdat het Europese model bedrijven en autoritaire staten dwingt zich aan regels te houden; de felle kritiek illustreert juist dat het model effect heeft.
Argumentatie en bewijs:
De EU’s markt van zo’n 450 miljoen consumenten geeft Brussel de mogelijkheid om wereldwijde concurrentievoorwaarden te beïnvloeden. Economische indicatoren ondersteunen de levensvatbaarheid van het Europese model: productiviteit per gewerkt uur in grote EU-economieën is vergelijkbaar met of hoger dan in de VS; levensverwachting is hoger en inkomensongelijkheid lager; steden als Wenen en Kopenhagen scoren structureel beter op levenskwaliteit dan veel Amerikaanse tegenhangers. Daarnaast heeft Europa aanzienlijke migratiegevallen opgenomen zonder dat sociale cohesie onherstelbaar werd aangetast — Duitsland naturaliseerde alleen al in de afgelopen vijf jaar ruim een half miljoen mensen; ook Italië liet in 2025 veel migranten toe, ondanks een extreemrechtse regering.
Tegelijk bestaan er interne zwaktes: ongelijke groei binnen de EU, versnipperde kapitaalmarkten en ontoereikende defensiecapaciteit. Deze problemen worden door critici vaak toegeschreven aan overregulering. Als reactie pleiten sommige beleidsstukken en voorstellen — waaronder het concurrentierapport van Mario Draghi en het Europese ‘Omnibus’-pakket — voor deregulering en vermindering van het regelgevend gewicht van de Unie.
Conclusie en oproep:
De auteur betoogt dat die reflex tot dereguleren een vergissing is. De druk van buitenaf om het Europese model op te geven is geen bewijs van falen maar juist van effectiviteit: autoritaire regeringen en winstgedreven bedrijven voelen zich bedreigd omdat Europa regels oplegt die hun handels- en machtsstrategieën beperken. Europa heeft niet de macht om Amerika of China te kopiëren — noch financieel, noch militair, noch bestuurlijk — en er is geen reden om te streven naar een kleinere kopie van andermans systeem. Wat ontbreekt, is niet zozeer institutionele capaciteit als wel politieke moed om het eigen model te verdedigen en de integratie voort te zetten.
Extra context:
De ontwikkeling reflecteert een bredere trend die soms als de “Brussels effect” wordt aangeduid: door omvang en regelgeving beïnvloedt de EU wereldwijd normen in digitale markten, concurrentierecht, milieu en consumentenbescherming. De verdere vraag voor Europese leiders is of ze deze regulerende macht willen gebruiken als strategisch instrument en zo de Europese identiteit en politieke gemeenschapsvorming verder te consolideren.