Het verzet tegen datacenters groeit, maar kunnen we wel zonder?
In dit artikel:
Nederlandse gemeenten verwelkomden datacenters lange tijd met subsidies, belastinginkomsten en de belofte van banen en digitale innovatie. Inmiddels groeit de weerstand snel. De sector staat symbool voor het hoge energie- en waterverbruik van Big Tech, de schaarse ruimte en de afhankelijkheid van Amerikaanse technologiebedrijven. Ook het gebrek aan openheid over wat er in de beveiligde, raamloze gebouwen gebeurt, voedt de kritiek.
Dat is zichtbaar op een bouwplaats in het Amsterdamse Westelijk Havengebied. Daar verrijzen drie torens van 85 meter voor Pure DC, het grootste datacenter van Amsterdam. Het project was al grotendeels goedgekeurd voordat de stad eind 2023 een moratorium op nieuwe datacenters instelde. Door de hoogte van de gebouwen omzeilt de ontwikkelaar bovendien het landelijke verbod op nieuwe hyperscalers buiten de Eemshaven en de Wieringermeerpolder. Microsoft wordt de enige huurder. Het complex zal naar verwachting evenveel elektriciteit gebruiken als alle Amsterdamse huishoudens samen, terwijl honderden bedrijven, scholen en kinderopvanglocaties wachten op een aansluiting op het overbelaste stroomnet. Politici reageerden woedend; een actiegroep beweerde zelfs de fundering te hebben willen beschadigen.
De omslag is opvallend, omdat datacenters eerder juist een voorkeursbehandeling kregen. Gemeenten voerden een zogenoemd rode-loperbeleid en de sector hielp investeerders bij het benutten van honderden miljoenen euro’s aan subsidies. Nederland trok bedrijven aan met betrouwbare stroom, weinig aardbevingen en de nabijheid van internetknooppunt AMS-IX. Met negen zeekabels en ongeveer tweehonderd datacenters behoort het land nog altijd tot de Europese koplopers.
Tegelijkertijd neemt de strategische kwetsbaarheid toe. Veel zeekabels zijn verouderd en een groot deel van de Nederlandse datacenters is in Amerikaanse handen, waaronder die van Microsoft, Google, Equinix en Digital Realty. Volgens Rick Pijpers van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie bezit Europa minder dan een kwart van de markt. Amerikaanse bedrijven beheren bovendien een groot deel van de kabels en andere verbindingen tussen datacenters. Daardoor vloeit een belangrijk deel van de opbrengsten van de digitale economie naar de Verenigde Staten. De afhankelijkheid werd zichtbaar toen Amerikaanse diensten werden afgesloten voor medewerkers van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Ook Europese instellingen gebruiken voor hun e-mail veelal Amerikaanse servers.
Voorstanders benadrukken dat datacenters de fysieke basis vormen van vrijwel alle digitale diensten: nieuwsapps, bankieren, navigatie, streaming, cloudsoftware en kunstmatige intelligentie. Zonder servers, zeekabels en koeling bestaat de digitale economie niet. Oud-ASML-topman Peter Wennink waarschuwt daarom dat Nederland achterop kan raken in de internationale concurrentie en pleit onder meer voor een AI-gigafabriek van 22,5 miljard euro. Zulke AI-datacenters gebruiken echter zeer krachtige chips en verbruiken daardoor nog meer energie.
De gevolgen zijn al aanzienlijk. Het Microsoft-complex in Middenmeer gebruikte in 2025 ongeveer één procent van alle Nederlandse elektriciteit, vergelijkbaar met het verbruik van een gemeente als Eindhoven. Nederlandse datacenters waren in 2024 goed voor bijna vijf procent van het nationale stroomverbruik. Netbeheerder TenneT verwacht dat dit in 2030 kan oplopen tot zestien à twintig terawattuur. Daarnaast zijn water voor koeling en ruimtegebruik belangrijke knelpunten. Een nieuw Amerikaans datacenter in Amsterdam-Zuidoost zou jaarlijks 1,1 miljard liter drinkwater nodig hebben. Critici wijzen er ook op dat de maatschappelijke waarde van de activiteiten vaak onbekend blijft: dezelfde infrastructuur kan worden gebruikt voor publieke diensten, bedrijfssoftware, AI, sociale media of surveillance.
Lotte Houwing van Bits of Freedom vindt dat een democratisch debat pas mogelijk is als bedrijven openheid geven over hun klanten, energie- en watergebruik. Zij vreest dat Nederland al voldoende rekenkracht heeft en dat de groei deels door een AI-bubbel wordt gedreven. Ook Guus Dix, universitair docent en activist van Extinction Rebellion, wil onderscheid maken tussen toepassingen met een publiek doel en activiteiten die vooral commerciële groei of surveillance dienen. Hij was betrokken bij het protest tegen een geplande Meta-hyperscaler in Zeewolde, die uiteindelijk niet doorging.
De protesten sluiten aan bij een veel grotere beweging in de Verenigde Staten. Daar zouden inmiddels honderdduizenden mensen actief zijn en in één zomer honderden lokale actiegroepen zijn ontstaan. Tussen april en juni werden volgens Data Center Watch minstens 45 projecten vertraagd of tegengehouden, samen goed voor 68 miljard dollar aan investeringen. De weerstand komt uit zowel Democratische als Republikeinse hoek en draait niet alleen om overlast in de eigen omgeving. Ook geheimhoudingsclausules, angst voor AI, netcongestie, woningnood en watertekorten spelen mee. President Donald Trump verdedigt datacenters juist fel en beschuldigt tegenstanders ervan gemeenschappen economische kansen te ontnemen.
Een bezoek aan Global Switch in Amsterdam laat de andere kant van het debat zien. Dit zogenoemde colocatiedatacenter verhuurt ruimte, stroom en koeling aan meer dan 120 klanten, die er hun eigen servers plaatsen. Door gezamenlijke voorzieningen kan dat efficiënter zijn dan wanneer iedere organisatie een eigen serverruimte onderhoudt. Het bedrijf gebruikt batterijen en dieselgeneratoren als back-up, werkt aan efficiëntere koeling en onderzoekt hergebruik van restwarmte. Tegelijkertijd zijn de beveiliging en geheimhouding streng omdat het om kritieke infrastructuur en gevoelige data gaat. Daardoor blijft onduidelijk wat er precies achter de muren wordt geproduceerd.
De datacentersector erkent dat zij haar maatschappelijke betekenis onvoldoende uitlegt. Volgens Global Switch-manager Driss Costa kan de economie niet zonder datacenters, maar moeten bedrijven wel meer contact zoeken met omwonenden. Rondleidingen en duurzamere technieken kunnen helpen, al blijven veiligheidsbeperkingen bestaan. De kern van het conflict is daarmee niet alleen óf Nederland digitale infrastructuur nodig heeft, maar ook wie bepaalt waarvoor die wordt gebruikt, hoeveel energie en water daarvoor beschikbaar worden gesteld en hoeveel invloed burgers daarop krijgen.
Vandaag Inside: Plastisch chirurg Patrick Tonnard neemt Gerard Joling onder de loep: 'Als ik héél eerlijk mag zijn...'