Het verschil tussen papa en mama verbleekt. Het mannelijke oerbrein leert eindelijk om te zorgen

woensdag, 23 september 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Mannen zijn de afgelopen decennia steeds meer voor hun kinderen gaan zorgen. In de Verenigde Staten besteden vaders inmiddels drie keer zoveel tijd aan zorgtaken als in 1960. In Nederland is de tijd die vaders met hun kinderen doorbrengen sinds 1965 verviervoudigd. Tijdens de coronajaren nam hun zorgtijd verder toe en dat effect lijkt blijvend. Ruim zeventig procent van de Nederlandse stellen wil de zorg gelijk verdelen, maar slechts 35 procent slaagt daarin.

De vooruitgang is duidelijk, maar de verdeling is nog niet gelijk. Nederlandse moeders besteden gemiddeld ongeveer veertig uur per week aan hun kinderen, tegenover circa dertig uur voor vaders wanneer ook gezamenlijke activiteiten worden meegerekend. Iets meer dan de helft van de vaders benut het extra ouderschapsverlof. Vooral hogeropgeleide vaders, en mannen met een partner die meer verdient, nemen relatief vaak een gelijk aandeel. De ongelijke zorgverdeling draagt bij aan de zogenoemde babyboete: het inkomen van vrouwen daalt na de geboorte van hun eerste kind gemiddeld met 35 procent, vooral doordat zij minder gaan werken. Voor mannen heeft het krijgen van kinderen doorgaans geen vergelijkbaar financieel nadeel; vaderschap kan zelfs positief uitpakken voor hun inkomen.

De auteur plaatst deze ontwikkeling in een lange geschiedenis waarin vaderschap vooral werd verbonden aan autoriteit, nageslacht en kostwinnerschap. Van Sumerische teksten en de wetten van Hammurabi tot Plato, Augustinus en Darwin werd de vader voorgesteld als machthebber, voortbrenger of verdediger van de familielijn. Die traditie beperkte niet alleen vrouwen, maar legde mannen ook vast in verwachtingen rond status, controle en financiële verantwoordelijkheid. De moderne vader-kindrelatie is bovendien ontstaan na eeuwen waarin vaders vaak afwezig waren, lichamelijke straf uitdeelden of zonen naar oorlogen stuurden. De lange periode van vrede na de Tweede Wereldoorlog gaf veel mannen meer tijd en middelen om daadwerkelijk voor hun kinderen te zorgen.

Het hedendaagse vaderschap vraagt volgens de auteur om meer dan applaus voor mannen die normale zorgtaken verrichten. Een vader die een luier verschoont of met een kinderwagen wandelt, doet niets uitzonderlijks, terwijl vergelijkbare inspanningen van moeders eeuwenlang als vanzelfsprekend golden. Schrijvers als Michiel Cox en Lucas Mann proberen daarom ook de minder fraaie kanten van het vaderschap te onderzoeken, zoals verveling, machteloosheid, slaaptekort en twijfel. Zulke openheid is nieuw: moeders hebben deze gevoelens al veel langer beschreven en geanalyseerd.

Onderzoekers en auteurs als Augustine Sedgewick, Sarah Blaffer Hrdy en Darby Saxbe betogen dat zorgend vaderschap niet louter een sociale keuze is. Evolutionair gezien werd de hulp van vaders waarschijnlijk belangrijk toen mensen rechtop gingen lopen, kinderen relatief onvolgroeid ter wereld kwamen en moeders niet tegelijk een baby konden verzorgen en voedsel verzamelen. Mannen droegen bij aan voedselvoorziening, veiligheid en het grootbrengen van kinderen. De mens behoort daardoor tot de kleine minderheid van zoogdieren waarbij mannetjes structureel in hun nageslacht investeren.

Ook biologisch blijken mannen veel beter tot zorg in staat dan lang werd aangenomen. Contact met een pasgeboren kind kan bij vaders veranderingen in hersenen en hormonen veroorzaken die vergelijkbaar zijn met processen bij moeders. De belangrijkste verschillen tussen de seksen liggen volgens recent onderzoek minder vast dan vaak werd gedacht; aanleg tot zorg is bij beide aanwezig en wordt mede geactiveerd door ervaring en dagelijks contact. De vader is daarbij niet noodzakelijk een tweede, minder geschikte ouder, maar iemand wiens zorgende vermogen vaak pas later en door omstandigheden tot ontwikkeling komt.

De maatschappelijke verandering is dus zowel cultureel als biologisch. Jongere vaders zijn vaker aanwezig bij de geboorte, nemen verlof op en nemen dagelijkse verzorging op zich dan hun vaders en grootvaders. Zorg kan mannen empathischer maken, hun identiteit en levenszin versterken en samenhangen met minder depressieve klachten. Samenlevingen waarin vaders intensief bij kinderen betrokken zijn, lijken bovendien minder gewelddadig te zijn.

Toch moet de laatste stap nog worden gezet. De zorgkloof, inkomensverschillen en hardnekkige gendernormen bestaan nog steeds, terwijl politieke bewegingen en delen van de ‘manosfeer’ traditionele mannelijke superioriteit blijven verdedigen. De ontwikkeling naar betrokken vaderschap is daarom geen eindpunt, maar een relatief jonge omslag. Als de huidige generatie die zorg niet als uitzondering maar als vanzelfsprekend onderdeel van mannelijkheid beschouwt, kan een werkelijk gelijkwaardige verdeling dichterbij komen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen valt Valentijn Driessen bij na confrontatie met Virgil van Dijk: ‘Kinderlijk!’