Het Spanje van Sánchez test de Europese solidariteit
In dit artikel:
De auteur betoogt dat het begrip ‘Europese solidariteit’ te vaak wordt gebruikt om meer macht en geld naar de Europese Unie te rechtvaardigen, zonder te kijken naar de oorzaken van problemen of de verdeling van kosten en verantwoordelijkheden. Dat gebeurde volgens hem ook na de migratiecrisis in Ceuta, de Spaanse exclave in Noord-Afrika, waar in korte tijd tienduizenden migranten vanuit Marokko de grens overstaken.
In de Europese en Nederlandse berichtgeving lag de nadruk volgens de auteur vooral op het gebrek aan solidariteit tussen EU-landen. De aantallen migranten en de situatie ter plaatse werden bovendien wisselend gerapporteerd; Belgische media spraken later nog over minstens 8.000 aanwezigen. De auteur vindt dat de kern van de crisis juist lag bij de gebrekkige Spaanse grensbewaking. Spanje zou waarschuwingen voor de toestroom hebben genegeerd. De EU en Frontex ondersteunen lidstaten wel, maar zijn in de eerste plaats niet verantwoordelijk voor de bescherming van nationale grenzen.
Ook betwijfelt de auteur met welk land of welke partij andere EU-lidstaten solidair hadden moeten zijn. Spanje riep andere landen juist op Marokko niet te bekritiseren, terwijl Commissievoorzitter Ursula von der Leyen Marokko een strategische partner in de bestrijding van illegale migratie noemde. Volgens de auteur bleef daardoor vooral de vraag over wat ‘solidariteit’ in de praktijk had moeten betekenen.
Vervolgens stelt hij dat Spanje onder premier Pedro Sánchez op migratiegebied sterk afwijkt van de Europese koers. Terwijl de EU met het Asiel- en Migratiepact probeert irreguliere migratie te ontmoedigen, werkt Spanje aan een grootschalig legalisatieprogramma. Tot 2027 zouden honderdduizenden mensen zonder verblijfsrecht een werk- en verblijfsvergunning kunnen krijgen. Volgens de aangehaalde cijfers hebben zich al meer dan 1,2 miljoen mensen gemeld, aanzienlijk meer dan verwacht. Critici vrezen extra migratie door gezinshereniging en mogelijke fraude. Regeringsleiders van 22 EU-landen waarschuwden dat de regeling een aanzuigende werking kan hebben.
Spanje verzet zich volgens de auteur ook tegen Europees terugkeerbeleid. Het land stemde tegen een EU-wet die terugkeerhubs buiten de EU mogelijk maakt en Sánchez noemde die wet inefficiënt. Tegelijkertijd is de Spaanse terugkeer volgens de aangehaalde cijfers beperkt: tussen 2020 en 2024 keerde jaarlijks slechts 5 tot 12 procent van degenen die Spanje moesten verlaten daadwerkelijk terug. In 2023 vertrokken 5.995 mensen, tegenover 64.260 vertrekplichtigen.
De auteur plaatst deze discussie in een bredere kritiek op financiële solidariteit binnen de EU. Spanje ontvangt uit het Europese coronaherstelfonds maximaal 80 miljard euro aan subsidies en 22 miljard aan leningen. Dat fonds wordt gefinancierd met gezamenlijke Europese schulden, waardoor landen met relatief gezonde overheidsfinanciën volgens hem meebetalen aan landen met hogere schulden en tekorten. Spanje en Italië behoren tot de zwaarst verschuldigde EU-landen. Daarnaast zou Spanje miljarden uit het fonds hebben gebruikt voor pensioenen en andere lopende uitgaven, terwijl de Europese Rekenkamer heeft gewaarschuwd dat niet goed te controleren is waar een deel van het geld is gebleven.
De gezamenlijke schuld moet volgens voorlopige schattingen vanaf 2028 worden afgelost en brengt tot 2034 in totaal 140 tot 168 miljard euro aan aflossingen en rente met zich mee. De auteur concludeert dat Europese solidariteit niet als vanzelfsprekend positief moet worden beschouwd. Bij toekomstige crises en financiële steun moet volgens hem eerst worden vastgesteld wat het gezamenlijke belang is, wie verantwoordelijk is, wie de lasten draagt en welke rekening aan toekomstige generaties wordt doorgegeven.
De Oranjezomer: Thomas dolt met Raymond Mens: 'We hebben beelden dat Carrie ten Napel echt boos op jou was!'