Het ruikt onfris en zweterig in het restaurant. Wie stinkt hier zo?

woensdag, 28 januari 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Hiske Versprille beschrijft in een artikel (28 januari 2026, nr. 05) hoe eten en lichaamsgeur elkaar kruisen: we beleven voedselgeuren niet alleen als signalen van smaak, maar ook als sociale en lichamelijke ervaringen. Aan de hand van een restaurantervaring — waar de geur van een kaaswagen van afstotend naar onweerstaanbaar kantelde — onderzoekt ze waarom bepaalde etenswaren ons zo intens raken en hoe dat samenhangt met menselijke geurcommunicatie.

Versprille wijst erop dat geur direct onderdeel van het geurde object binnenbrengt: inhaleren brengt moleculen van kaas of zweet letterlijk in ons lijf, waardoor herinneringen en lichamelijke reacties sterker zijn dan bij beeld of geluid. Geur roept ook diepe persoonlijke associaties op — babyhoofdjes, truien van geliefden, opa’s jas — en kan lust of afkeer veroorzaken. Zij vraagt zich vervolgens af of we voedingsmiddelen aantrekkelijk vinden omdat ze naar mensen ruiken, of dat we mensen aantrekkelijk vinden omdat ze naar die voedingsstoffen (hooi, knoflook, gebakken uien, vijgen, amandelen, enz.) ruiken.

De evolutie van rechtop lopen krijgt een prominente plek in de verklaring: dieren hebben geen opvallende okselgeur omdat hun neuzen op hoogte van het kruis zitten; mensen ontwikkelden door rechtopstand twee “verhoogde kruizen” onder neushoogte, zodat okselgeur een vorm van menselijke communicatie werd. Daardoor besteden we onbewust aandacht aan oksel- en voetgeuren als sociale signalen.

Een belangrijke stelling in het stuk is dat sommige kazen bewust of onbewust gecreëerd zijn met geurprofielen die aan menselijke lichaamsgeuren doen denken. Versprille haalt Harold McGees theorie aan: kaas en menselijk lichaam bestaan uit vergelijkbare basisingrediënten (vet en eiwit) en sommige rijpingsprocessen — zoals het wassen van gewassenkorstkazen — gebruiken dezelfde bacteriën en afbraakroutes als op menselijke huid en voeten, wat de overeenkomst in aroma’s verklaart. Als illustratie noemt ze époisses, taleggio en Limburger; zelfs muggendeskundige Bart Knols vond dat bepaalde kazen muggen misleiden.

Het artikel concludeert impliciet dat geur onze sociale snuffelbehoefte kanaliseert via eetgewoonten: door voedselgeuren kunnen we elkaar op een maatschappelijk acceptabele manier ‘ruiken’ en verbinden, terwijl dezelfde aroma’s ook diep gewortelde biologische en culturele betekenissen dragen.