Het radicale leven van de heilige Franciscus is vaak verkeerd geïnterpreteerd, ook door de kerk zelf

woensdag, 17 december 2025 (12:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Op een pleintje in Assisi herinneren een bronzen beeld en een plaquette aan Francesco d’Assisi: geboren rond 1181/1182 als zoon van een succesvolle stoffenhandelaar, opgevoed in weelde maar getekend door een radicale keuze voor armoede en dienstbaarheid. Zijn leven nam een ingrijpende wending na teleurstellende avonturen als jong ridder, terugkeer uit een mislukte kruistocht en vooral ontmoetingen met het ongeluk en de uitstotenden buiten de stadswallen van Assisi. Waar de rijke stad binnen de muren leefde in comfort, vond Francesco zijn roep in het rampzalige bestaan van de mensen buiten die muren — bedelaars, stakkerds en lepralijders — en in een vervallen kapelletje van San Damiano, waar hij zich aanspoorde voelde het verval van het christendom te herstellen.

De breuk met zijn vader liep uit op een dramatisch openbaar proces: hij legde afstand van zijn familie, gaf zijn kleren weg en keerde zich naakt symbolisch tot God. Die daad maakte hem in Assisi tot paria en leek hem voor velen tot krankzinnigheid te degraderen. Maar het markeerde ook het begin van een nieuwe praktijk: hij trok te voet door het landschap, leefde sober, werkte met de handen, verzorgde zieken en lepralijders en weigerde geld of persoonlijke bezittingen. Zijn levenswijze was extreem: voortdurende verplaatsing, primitieve kleding, honger en lichamelijke ontbering waren bedoeld als navolging van Christus en als tegenwicht tegen rijkdom en hiërarchie.

Een cruciaal moment was zijn confrontatie met een lepralijder: waar anderen wegvluchtten, keerde hij terug, gaf kleding, nam de man in zijn armen en kuste hem — een daad die zijn onverkeerbare keuze voor de armen symboliseerde. Later schreef hij in kort bestek zijn levensgetuigenis, waarin hij terugblikte op die bekering en op de genade die hem onder de armen had gebracht.

Franciscus ontwikkelde ook een spiritualiteit van diepe verbondenheid met de natuur. In stilte en afzondering in de heilige valleien rond Rieti ontstond het Loflied op de Schepselen, waarin zon, maan, water, wind, dieren en zelfs de dood worden geprezen en de mens als bescheiden onderdeel van het grotere geheel wordt geplaatst. Die visie — nederigheid tegenover schepping en afwijzing van menselijk overwicht — maakt zijn gedachtegoed vandaag relevant voor milieu-ethiek en mensen die zoeken naar eenvoud.

Zijn volgers groeiden snel uit tot een orde van ‘minderbroeders’ die dezelfde strenge regels moesten volgen: geen eigendom, geen geld, werk met de handen, leven op blote voeten en voortdurende mobiliteit. Maar juist tijdens zijn leven en direct na zijn dood begon de Kerk zijn beweging te institutionaliseeren. Al voordat hij stierf, werd de door hem gedicteerde regel (Regola) grondig gecensureerd: gelijkheid en radicale vrijheid moesten plaatsmaken voor hiërarchie, gestructureerde leiding en meer afgestemde rollen voor vrouwen en leken. Binnen korte tijd werd er een enorme basiliek in Assisi gebouwd, werd Franciscus heilig verklaard en was zijn levenswerk verankerd in een organisatie die vaak het tegenovergestelde van zijn idealen nastreefde.

Die coöptatie door de Kerk staat in contrast met de blijvende populaire aantrekkingskracht van Franciscus als een icoon van eenvoud en zorg voor de armen en de natuur. Die aantrekkingskracht verklaart ook hedendaagse, niet-religieuze beroepen op zijn naam: politieke bewegingen en milieubewegingen hebben hem als inspiratiebron genoemd, en in 2013 koos de Argentijnse kardinaal Jorge Bergoglio als eerste paus de naam Franciscus — een symbolische verwijzing naar armoede en aandacht voor de gemarginaliseerden, ook al blijft het spanningsveld tussen institutionaliteit en navolging bestaan.

De interesse is nu bijzonder groot vanwege het komende achtste-eeuwfeest van zijn dood (hij stierf in 1226). Zijn relieken worden in de basiliek van Assisi tentoongesteld tijdens een openbaar moment in de vastentijd, wat honderdduizenden pelgrims aantrekt. Tegelijk verschijnen nieuwe populaire biografieën — zoals die van Aldo Cazzullo — die de nadruk leggen op de menselijke, minder mirakelgerichte kant van Franciscus: niet de wonderen, maar zijn concrete daden en levensstijl maken hem tot een voorbeeld. Cazzullo en anderen benadrukken dat Franscesco vooral verloor door te beginnen: hij stapte uit zijn comfortabele context en zette de eerste simpele daden die velen zouden kunnen volgen.

Tegelijkertijd waarschuwt de geschiedenis dat niemand werkelijk kan leven als Franciscus. Zijn ascetische levenswijze vroeg een extreme plichtsbetrachting en fysieke uithoudingsvermogen; hij overleefde enkel tot zijn 44ste toen hij overmand door ziekte stierf. De kerk nam zijn persoon en symboliek snel in bezit, maar zijn persoonlijke getuigenis en teksten, aangevuld met ooggetuigenverslagen, maakten uiteindelijk het narratief rond hem sterker dan de institutionele inkleuring. Schilders als Giotto en schrijvers als Dante hebben zijn beeld verder gecanoniseerd, en ondanks kerkelijke pogingen tot controle is het de kleine, reizende franciscaan wier verhaal de eeuwen heeft overleefd — een complex figuur die tegelijk heilig, excentriek en soms onbereikbaar blijft.