Het proces tegen Lindsay Clancy, de vrouw die haar eigen kinderen doodde, legt een oud feministisch debat bloot

zaterdag, 26 september 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De zaak rond Lindsay Clancy, die in Massachusetts haar drie jonge kinderen doodde, laat een fundamentele spanning binnen het feminisme zien. Clancy erkent dat zij haar kinderen wurgde, maar stelt dat zij tijdens de moorden niet toerekeningsvatbaar was. Ze kampte al maanden met depressies en angsten, gebruikte meer dan tien soorten medicijnen en zou tijdens een kraambedpsychose een mannelijke stem hebben gehoord die haar opdroeg de kinderen te doden. Daarna sneed ze haar polsen door en sprong ze uit een raam, waardoor ze blijvend verlamd raakte.

Tijdens het wekenlange proces in de zomer van 2026 betwistten deskundigen en aanklagers haar lezing. Zij wezen erop dat Clancy doelgericht en voorbereid leek te hebben gehandeld en nooit eerder met een psychose was gediagnosticeerd. Van de twaalf juryleden geloofden er uiteindelijk elf dat zij door een psychose ontoerekeningsvatbaar was; één jurylid bleef ervan overtuigd dat zij volledig verantwoordelijk was. Conservatieve critici prijzen dat jurylid en zien Clancy als een slechte moeder die de zwaarst mogelijke straf verdient.

Honderden vrouwen protesteerden daarentegen bij de rechtbank in Plymouth met roze kleding, steunbetuigingen en borden als ‘Believe Lindsay’ en ‘She Needed Help’. Zij zien Clancy niet als een monster, maar als een slachtoffer van ernstige psychische problemen, een tekortschietend Amerikaans zorgsysteem en artsen die haar onvoldoende zouden hebben geholpen. Haar situatie wordt door veel supporters verbonden aan de kwetsbaarheid van vrouwen na een bevalling; sommigen herkennen zichzelf in de gedachte dat het ook hen had kunnen overkomen.

De auteur plaatst deze tegenstelling in een langere feministische geschiedenis. Feministen van de tweede golf verzetten zich in de jaren zeventig juist tegen het idee dat vrouwen die gewelddadig of opstandig gedrag vertoonden simpelweg ziek waren. Zij zagen psychiatrische labels als een manier om vrouwelijke woede en verzet onschadelijk te maken. In plaats van gedrag uitsluitend als symptoom te verklaren, zochten zij naar maatschappelijke oorzaken, zoals onderdrukking en de onrealistische eisen van het moederschap. Vrouwelijke daders moesten bovendien worden erkend als morele actoren: vrouwen waren niet alleen hulpeloze slachtoffers, maar konden ook bewust en zelfs immoreel handelen.

Die gedachte kwam onder meer terug in de film *De stilte rond Christine M.* uit 1982, waarin drie ogenschijnlijk gewone vrouwen zonder duidelijke aanleiding een man vermoorden. De film onderzoekt waarom mannen ervan uitgaan dat zulke daders wel gek moeten zijn: vrouwelijke agressie past niet in het beeld van vrouwen als zorgzaam en ongevaarlijk. Ook figuren als Valerie Solanas werden door sommige feministen geromantiseerd als uitdrukking van vrouwelijke woede, ondanks hun gewelddadige daden.

Volgens de auteur schiet die oudere benadering echter tekort wanneer het gaat om ernstige psychoses. De zaak van Andrea Yates, die in 2001 haar vijf kinderen verdronk en aan depressies en schizofrenie leed, maakte duidelijk dat feministen het bestaan van invaliderende psychische aandoeningen niet mochten wegrelativeren door zieke vrouwen vooral als rebellen te zien. Tegelijk is het problematisch om Clancy’s daad volledig aan ziekte toe te schrijven. Daarmee blijft het beeld intact van de van nature lieve en zorgzame moeder, terwijl agressie impliciet als mannelijk en hulpeloosheid als vrouwelijk wordt voorgesteld.

Dat verschilt van de manier waarop feministen vaak naar gewelddadige mannen kijken. Verkrachting en femicide worden doorgaans niet uitsluitend als stoornissen beschouwd, omdat een medische verklaring het patroon van macht, controle en seksisme kan verhullen. De vraag is daarom waarom bij Clancy wel bijna volledig voor de taal van ziekte wordt gekozen en haar daderschap naar de achtergrond verdwijnt.

De steun voor Clancy weerspiegelt volgens de auteur een verschuiving in feministische prioriteiten: van het benadrukken van vrouwelijke woede en handelingsvermogen naar aandacht voor kwetsbaarheid, medische oorzaken en betere zorg. Een kraambedpsychose moet serieus worden herkend en behandeld, maar een diagnose mag niet automatisch alle morele betekenis van een daad wegnemen. Juist ook een onbegrijpelijke daad die tijdens een psychose wordt gepleegd, vraagt om een taal die zowel psychische ontregeling als vrouwelijk daderschap kan bevatten.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen baalt van vertrek Estavana Polman bij Vandaag Inside: ‘Zij is nu eigenlijk slachtoffer’