Het politieke vuur leek door de terminale ziekte van schrijver, dichter en filosoof Lieke Marsman (1990-2026) nog meer te zijn aangewakkerd

donderdag, 4 juni 2026 (14:31) - Het Parool

In dit artikel:

Lieke Marsman (1990–2026), dichter, schrijver en filosoof, is woensdag overleden aan kraakbeenkanker. Ze was 35 jaar en stierf een week voordat haar laatste dichtbundel De dichter en de duivel zou verschijnen. Marsman werd bekend als jonge stem in de Nederlandse poëzie en brak door met haar debuut Wat ik mijzelf graag voorhoud; haar werk leverde haar vroeg meerdere prijzen op.

Haar loopbaan wordt gekenmerkt door twee parallelle lijnen: artistieke scherpte en een hardnekkige ziekte. Al in 2017 begonnen klachten die aanvankelijk op RSI leken, bleken later veroorzaakt door een tumor in haar schouder; na operatie werden uitzaaiingen ontdekt en bleek de ziekte ongeneeslijk. Marsman ging niet passief om met die diagnose: ze zocht met vrienden internationaal naar nieuwe behandelingen en hield vast aan hoop. “Dat gevoel van ik wil blijven leven is zo sterk,” zei ze zelf in een tv-interview. Vrienden, waaronder schrijfster Hanna Bervoets, zagen haar strijdlust als gemotiveerd door angst voor de dood én door het verzet tegen vroege berusting.

Leven, sterven en de waarde van afscheid vormden centrale thema’s in haar oeuvre. Over haar behandeling schreef ze in De volgende scan duurt vijf minuten (2018); reflecties op sterven en het behouden van mogelijkheden lopen als een rode draad door haar essays en gedichten. Tegelijk bleef ze scherp maatschappelijk betrokken. Als Dichter des Vaderlands (2021) gebruikte ze haar positie om politiek-engagement in poëzie te brengen: gedichten over klimaatbeleid, bezuinigingen op de zorg en het beleid van het kabinet. Haar laatste bundel kiest geen contemplatie over de dood, maar spitst zich juist toe op hedendaagse kwaadheden — van extreemrechts tot de oorlog in Oekraïne en de situatie in Gaza — en zet daarmee de dichter als maatschappelijke stem in de wereld.

Ze ontving verschillende onderscheidingen, onder meer de Constantijn Huygens-prijs 2025; recent kreeg ze ook de Frans Banninck Cocqpenning voor culturele en maatschappelijke verdiensten. Persoonlijke beelden blijven kleven: de auteur herinnert zich een jonge Marsman in een studentenkamer in Amsterdam, werkend voor een witte muur behangen met gedichten, scherp bezig met de juiste vorm en volgorde — een beeld van iemand die tot het uiterste streefde naar ‘kloppen’ in taal en denken.

Marsmans werk en publieke optreden lieten zien hoe een individu, geconfronteerd met het einde, tegelijk de wereld kon blijven aanklagen, bevragen en liefhebben. Haar overlijden markeert het verlies van een luidruchtige, eerlijke en geëngageerde stem in de hedendaagse Nederlandse letteren.